logo_150-jaar
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Homepage > Actueel > In het Nieuws > Slijmerige ‘ballen’ in visvijvers blijken kolonies van mosdiertjes

Slijmerige ‘ballen’ in visvijvers blijken kolonies van mosdiertjes

Publicatiedatum : 27 september 2012

De afgelopen week zijn in verschillende visvijvers in de gemeente Bergeijk waarnemingen gedaan van slijmerige ballen, ter grootte van een voetbal. Determinatie en navraag bij een specialist wees uit dat het hier niet om (blauw)algen of vervuiling ging, maar dat de ballen bestaan uit kolonievormende mosdiertjes van de soort Pectinatella magnifica.

In 2009 heeft Waterschap De Dommel ook al in verschillende vijvers deze soort aangetroffen, toen in de buurt van Tilburg en Middelbeers. Er zijn weinig waarnemingen uit tussenliggende jaren, toch verwachten we wel dat de soort algemener is dan blijkt uit de gegevens die we hebben.

Een mosdiertjeskolonie - Pectinatella magnifica

Mosdiertjes kennen dezelfde leefwijze als koraal: ze leven in het water, kunnen zich niet actief voortbewegen en leven in grote groepen (kolonies). De meeste mosdiertjes zijn te vinden in het mariene milieu, maar er zijn er ook een tiental die je kan aantreffen in onze binnenwateren. Pectinatella is voor het eerst beschreven in Amerika, maar inmiddels is de soort ook bekend uit Azië (Japan)  en Europa. Mosdiertjes voeden zich met microscopisch kleine deeltjes, zoals algen. In zeer helder water zijn ze dan ook niet te vinden. Bovendien mag het water niet stromen.  Pectinatella heeft warmte nodig: de kolonie begint pas bij een watertemperatuur van 20 graden te groeien en sterft af zodra het water weer beneden de 16 graden komt. In de Nederlandse wateren is de trefkans in de periode juli tot september het hoogst.

De kolonie bestaat vooral uit water met een gelatine-achtige opvulling. De diertjes zelf, die aan de buitenkant van de bal zitten, zijn heel klein (6 mm). Als de kolonie boven water gehouden wordt, ruikt deze een beetje naar vis.

Mosdiertjes maken aan het eind van het seizoen overlevingscapsules (statoblasten) met  weerhaakjes. Die drijven en blijven hangen in veren van watervogels. Zo kunnen ze van de ene naar de andere vijver komen. De capsule kan goed tegen koude en uitdroging en overleeft de winter. Als het dan weer warm genoeg wordt, groeit hij weer uit tot een nieuwe kolonie.

Een van de kolonies Pectinatella, aangetroffen in de visvijver De Waterspin te Riethoven (Foto: Ws De Dommel)

Niet gevaarlijk, wel ecologische effecten?

De vraag die terecht gesteld wordt: "Vormt de aanwezigheid van deze bollen een gevaar voor hun omgeving?" is gelukkig ontkennend te beantwoorden. Er is geen risico voor sportvissers en andere recreanten die in aanraking komen met de mosdiertjes.  Daarnaast is er ook geen indicatie dat de mosdiertjes een effect hebben op de visstand (in de visvijvers) en het verdere ecosysteem. Deze mosdiertjes zijn daarentegen geen indicator van een goed milieu, ze kunnen ook bij matige vervuiling goed leven. Ze gedijen het beste in voedselrijkwater met voldoende algen.

De invloed van het voorkomen van de soort in ons land is gelukkig te klein voor ecologische schade. In warmere streken in met name Amerika kan soms wel een enorme bloei van kolonies voorkomen. Zelfs zo extreem dat  complete rivieren verstopt raken. In Japan is een mutatie opgetreden waardoor de soort kolonies maakt met een diameter tot 2 meter!

Voor meer informatie en het doorgegeven van waarneming - liefst met foto's! - van Pectinatella kun u terecht bij Martijn Antheunisse (ecoloog), mantheunisse@dommel.nl.

Paginafuncties

logo_150-jaar
Naar boven