
Een contract tussen twee waterbeheerders waarin de afspraken staan over de wateraan- en -afvoer.
Een 4-jarig plan waarin het waterschap aangeeft wat het ter vervulling van zijn taak gaat verrichten; hierbij wordt rekening gehouden met het gestelde in een provinciaal Waterhuishoudingplan en de Nota Waterhuishouding van het Rijk.
Het tijdelijk of langdurig bergen van (regen)wateroverschotten uit de omgeving. Zie ook berging.
De bodem van sloten, beken, rivieren en kanalen die (nagenoeg) permanent onder water ligt.
Vasthouden van gebiedseigen water met als doel verdroging van natuurgebieden en droogteschade in de landbouw in droge perioden zoveel te beperken.
De kringloop van water voor menselijk gebruik: oppompen van grond- of oppervlaktewater voor drinkwater, het bereiden en distribueren van drinkwater, de riolering en rioolwaterzuivering en de lozing ervan op oppervlaktewater.
Sloot, beek, rivier of kanaal, ook wel "watergang" genoemd.
het verbod voor vergunninghouders om tijdens droge periode water te onttrekken uit sloten en beken.
Een instantie, overheidslichaam (net zoals bijv. een gemeente) met bijzondere taken in relatie tot water: zoals het zorgen voor het onderhoud van waterkeringen (dijken), het waterpeil en voor een goede waterkwaliteit. In west Nederland heten waterschappen ook wel hoogheemraadschap.
Samenhangend geheel van grond- en oppervlaktewater, inclusief waterbodem, oevers, infrastructuur, planten en dieren.
WVO: Wet Verontreiniging Oppervlaktewater.