In 1863 is Waterschap De Dommel opgericht door de provincie Noord-Brabant. De aanleiding werd gevormd door wateroverlast en overstromingen. Door het samengaan van diverse kleine waterschappen is de huidige omvang van Waterschap De Dommel ontstaan.
Per 1 januari 2004 is het aantal waterschappen in Noord-Brabant verminderd, van negen naar vier. Waterschap De Aa en Waterschap De Maaskant zijn samengegaan tot Waterschap Aa en Maas. Waterschap Brabantse Delta is ontstaan uit de vier kleinere waterschappen in West-Brabant en het Hoogheemraadschap van West-Brabant. Waterschap De Dommel bleef onveranderd. Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch is per 1 januari 2005 opgegaan in Gelderse waterschap Rivierenland.
Nederland heeft zijn bestaan voor het grootste deel te danken aan het water. Dat ging niet vanzelf. Al zo'n duizend jaar worden er dijken aangelegd om te voorkomen dat de zee en de rivieren het land terugnemen. Door de eeuwen heen deden zich rampen voor waardoor er stukken land, vaak voorgoed, onder water verdwenen. De bekendste voorbeelden hiervan zijn de Biesbosch en de Dollard, beide ontstaan door de Sint Elisabethsvloed in 1421, die 65 dorpen verzwolg en 10.000 levens kostte. Het onderhoud van dijken was in de tijd dat er nog geen machines waren, een zware taak. De bewoners van het land en de eigenaren ervan (meestal de adel en de kerk) pakten het onderhoud gezamenlijk aan. Niet iedereen was in staat daar persoonlijk aan mee te werken. Daarom werden er belangenverenigingen opgericht. Deze hadden de taak de dijken, tegen betaling door iedereen die er belang bij had, zodanig te onderhouden dat het leven erachter veilig was. Om te voorkomen dat mensen niet mee betaalden, kregen deze belangenverenigingen het recht om belasting te heffen en waren de waterschappen een feit.
Het eerste waterschap, het Hoogheemraadschap van Rijnland, werd in 1255 ingesteld door graaf Willem II van Holland. Sinds die tijd zijn er duizenden waterschappen geweest. Door samenvoegingen zijn er nu nog 27 waterschappen in Nederland.
Voor meer informatie over de geschiedenis van de waterschappen in Nederland:
De afgelopen jaren is het aantal waterschappen door fusies afgenomen tot 27. Deze schaalvergroting is ingegeven door de behoefte aan een krachtiger bestuur en een goed functionerend ambtelijk apparaat. Hierdoor kunnen waterschappen het hoofd bieden aan een groeiend takenpakket en complexere problemen.
Door de hoge waterstanden in de jaren negentig van de vorige eeuw realiseerden de waterschappen en andere waterbeheerders zich dat gemalen en dijken alleen niet genoeg meer zijn om de veiligheid en leefbaarheid van Nederland te garanderen. Een commissie onder de naam Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft de waterbeheerders geadviseerd anders om te gaan met water. De kern van het nieuwe waterbeleid is water de ruimte geven. In het landschap en in de stad moet ruimte komen om water op te slaan. En in noodgevallen moeten beken en rivieren buiten hun oevers kunnen treden, maar dan op plaatsen waar het geen kwaad kan.
De lidstaten van de Europese Unie (EU), het Europees Parlement en de Europese Commissie zijn het er over eens dat het waterbeleid in de EU integraal moet worden benaderd. In stroomgebieden moet op het gebied van waterbeheer meer (internationaal) worden samengewerkt. Eind 2000 is daarom de Europese Kaderrichtlijn Water in werking getreden. Deze richtlijn geeft aan hoe waterbeheerders gezamenlijk de kwaliteit en kwantiteit van oppervlaktewater en grondwater het beste kunnen beschermen en verbeteren.
© Waterschap De Dommel
