
Overstromings- of waterbergingsgebieden liggen op gronden die vaak in gebruik zijn als weiland, akkerland of natuur. Zolang er geen calamiteit is, kan de grondeigenaar zijn land normaal gebruiken. Alleen bij noodsituaties zetten we het waterbergingsgebied vol water. We verwachten dat 1x per 10 jaar tot 1x per 25 jaar te moeten doen. Het land staat dan gemiddeld één week tot twee weken onder water. Daarna laten we het weer leegstromen.
De grondeigenaar of pachter lijdt door de overstroming mogelijk schade aan gewassen of eigendommen. De opbrengst van gewassen kan minder zijn en misschien moet achtergebleven drijfvuil worden opgeruimd. Ook een natuurgebied kan schade oplopen. Het is niet meer dan logisch dat er een vergoeding staat tegenover de schade die optreedt. Daarom biedt het waterschap een schaderegeling aan (zie Regelgeving rechterkolom).
Als een beek van oudsher overstroomt, wordt dat een natuurlijke overstroming genoemd. Natuurlijke overstromingen vallen normaal gesproken niet binnen de schaderegelingen. Maar wanneer we een gebied voor gestuurde waterberging inrichten om elders wateroverlast te voorkomen, wordt alle overstromingsschade binnen dit waterbergingsgebied vergoed. Ook de schade op gronden die van oudsher en op natuurlijke wijze overstromen. Door de inrichtingsmaatregelen, zoals het aanleggen van kades en een klep (regelwerk) in de beek, kan namelijk meer grond onder water worden gezet in tijd van nood. Ook de frequentie van natuurlijke overstromingen kan door deze maatregelen toenemen.
Lees meer over Welke gronden overstromen bij hoogwater

De schaderegeling geldt voor grondgebruikers van overstroomde percelen in alle aangelegde waterbergingsgebieden in het gebied van Waterschap De Dommel. Een grondgebruiker kan de eigenaar zijn, maar ook de pachter. Het waterschapsbestuur neemt de waterbergingsgebieden op in de legger van het waterschap. Of het perceel in gebruik is als landbouwgrond, natuur of bijvoorbeeld als paardenweitje; de regeling geldt voor alle grondgebruikers.
Het is niet noodzakelijk dat vooraf een overeenkomst is afgesloten tussen grondeigenaar en waterschap. Zolang het perceel binnen de grenzen van het waterbergingsgebied valt, kan men een beroep doen op de regeling.
De afhandeling en uitbetaling van de schadevergoeding organiseren we zo eenvoudig mogelijk. Na een overstroming in een waterbergingsgebied ontvangen de betreffende grondeigenaren bericht van het waterschap over de schadeafhandeling.
Degene die schade heeft, hoeft dus zelf geen actie te ondernemen. Binnen drie maanden na het indienen van het schadeformulier wordt de vergoeding uitbetaald. Lees meer over de schadeafhandeling na overstroming bij eenvoudige schadeafhandeling.
Voor natuur en de meest voorkomende teelten (gras, aardappelen, maïs, tarwe en bieten) hebben we vergoedingen in de schaderegeling (Vergoedingsnormen 2012.xlsx (45 kB) (Excel document)) opgenomen. Voor andere teelten en andere schade wordt gebruik gemaakt van een taxatie.
De hoogte van de vergoeding is gebaseerd op reële schade. Normbedragen per gewas zijn het uitgangspunt. Er wordt rekening gehouden met verminderde opbrengst en de uitgevoerde landbouwkundige werkzaamheden. Ook tijd voor inspectie en registratie is meegenomen. De kosten voor extra grondbewerking en het opruimen van vuil zijn onderdeel van de vergoeding. De normbedragen zijn vastgesteld door het bestuur, in overleg met de ZLTO en de andere Brabantse waterschappen.
Een verzoek tot het vergoeden van andere, aanvullende schade is mogelijk. Het initiatief voor het aanvragen van deze vorm van vergoeding ligt bij de eigenaar. Lees meer over andere vormen van schade.
Heeft u nog vragen over de schaderegeling bij waterberging, stel dan uw vraag per mail aan Mark Strikker via mstrikker@dommel.nl. Bellen kan ook op (0411) 618 239.