Waterschap De Dommel
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Homepage > Partner > Samenwerken in de afvalwaterketen

Samenwerken in de afvalwaterketen

Afvalwater raken we kwijt via het doucheputje, de gootsteen of het toilet, maar wat gebeurt daarna? Ondergronds wordt al het afvalwater ingezameld via het gemeentelijk rioolstelsel, dat zich in vrijwel elke straat bevindt. Via het rioolstelsel wordt het afvalwater afgevoerd naar rioolgemalen. Vanuit de rioolgemalen wordt het afvalwater onder druk en via persleidingen afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s). Hier wordt het uiteindelijk met behulp van bacteriën, biologisch gezuiverd. Het gezuiverde afvalwater (effluent) moet voldoen aan wettelijke kwaliteitseisen en wordt uiteindelijk geloosd op in de Dommel, Beerze, Buulder Aa, Essche stroom, Reusel of Zandleij. Deze verborgen weg van het afvalwater wordt ook wel de afvalwaterketen genoemd. De totale afvalwaterketen die bij één RWZI hoort noemen we een zuiveringscluster. In het beheergebied van het waterschap onderscheiden we op deze manier acht zuiveringsclusters.

Kaart met daarop de zuiveringsclusters van Waterschap De Dommel

De afvalwaterketen is in beheer bij de gemeenten en het waterschap. Gemeenten hebben de zorg voor de inzameling en het transport van afvalwater (riolering) en waterschap de Dommel  heeft de zorg voor het hoofdtransport en de zuivering van het afvalwater op de RWZI's. Door de keten stroomt niet alleen afvalwater, maar ook grondwater (lekkende buizen) en veel, heel veel regenwater. De afvalwaterketen is geen gesloten geheel. Bij veel neerslag stroomt de riolering over in het oppervlaktewater (riooloverstort). Waterschap de Dommel werkt samen met gemeenten om alle schakels in de afvalwaterketen op elkaar af te stemmen. Dit om vervuiling van oppervlaktewater en maatschappelijke overlast zoveel mogelijk te voorkomen en tevens te werken aan een efficiënte afvalwaterketen.

Waarom samenwerken?

  • Samenwerken is logisch, omdat riolering en zuivering één geheel vormen.
  • Samenwerken is noodzakelijk, omdat de afvalwaterketen nog niet optimaal functioneert.
  • Samenwerken is doelmatig, omdat doelmatige en duurzame oplossingen kunnen worden gerealiseerd door de gehele cluster te beschouwen.

Als waterschap zijn we niet vanzelfsprekend dé sturende partij in de waterketen. Wij bieden aan om sturing aan het proces te geven en expertise in te zetten. Wij doen dit vanuit een benadering die is gebaseerd op gelijkwaardigheid en respect voor ieders taken en verantwoordelijkheden. Het blijkt vaak lastig om de meerwaarde van samenwerking in de waterketen aan te tonen. Vooral als er in een vroeg stadium van een project nog geen financiële voordelen zijn aan te wijzen. Ondanks dit probleem zal het waterschap de voordelen van samenwerking in de waterketen uit blijven dragen op basis van haar visie over samenwerking in de waterketen. Hierbij is het uitgangspunt dat er maatschappelijke meerwaarde is te halen; ook al is dat niet altijd op korte termijn en ook al vallen de voordelen niet aan het waterschap zelf toe.

Onderdelen van de samenwerking

Optimalisatiestudies afvalwatersysteem (OAS)

Bij een optimalisatiestudie van het afvalwatersysteem wordt onderzocht, welke besparingen en kwaliteitsverbeteringen in de afvalwaterketen mogelijk zijn. Het waterschap en de gemeenten maken nu voor hun deel van de afvalwaterketen hun eigen plannen. Door deze naast elkaar te leggen wordenoptimalisatiemogelijkheden zichtbaar die in een OAS nader worden onderzocht. Dit kan leiden tot besparingen op investeringen of tot nieuwe inzichten ter verbetering van de  afvalwaterketen en de waterkwaliteit. Afhankelijke van urgentie en beschikbare informatie kunnen dergelijke studies op verschillende detailniveau’s  worden uitgevoerd; van een quickscan tot en met een zeer gedetailleerde studie op basis van uitgebreide actuele afvalwaterketen- en watersysteemmodellen. Momenteel zijn of worden deze studies uitgevoerd in de clusters Biest-Houtakker, Boxtel, Eindhoven, Haaren en Soerendonk.

Beheer en onderhoud van de afvalwaterketen

Het waterschap en gemeenten beheren en onderhouden elk hun eigen deel van de afvalwaterketen. Het handelen van de ene partij beïnvloed het beheer van de andere partij. Een gezamenlijk beheer kan de volgende voordelen opleveren:

  • schaalvoordelen, lagere kosten en minder kwetsbare organisatie;
  • processturing in één hand, waardoor er inzicht is in de capaciteiten en in elkaars systeem;
  • specifieke kennis en competenties worden beter benut;
  • meer kansen voor innovatie.

In de clusters Boxtel en Haaren wordt momenteel op deze manier het periodieke onderhoud en inspectie van vrijvervalriolering gezamenlijk aanbesteed en uitgevoerd. 

Keteninformatisering

Voor een goed werkende afvalwaterketen is het belang dat informatie optimaal kan worden gedeeld en uitgewisseld. Momenteel zijn er in verschillende zuiveringsclusters initiatieven om  samen te werken bij het maken van rioleringsmodellen (vastgoedregistratie) en het opstellen van meetplannen. Samenwerking op het gebied van beheer van meetgegevens heeft de volgende voordelen:

  • verbetering van de uitwisselbaarheid en onderlinge toegankelijkheid van informatie;
  • verbetering van het inzicht in het functioneren van de gehele afvalwaterketen;
  • schaalvergroting: mogelijke financiële voordelen bij voorbereiding, aanbesteding en databeheer.

In de cluster Haaren is op deze wijze al een clusterbreed meetplan opgesteld en in de clusters Hapert en Eindhoven wordt daaraan momenteel gewerkt.
In de cluster Biest-Houtakker wordt gezamenlijk een clusterbreed basisrioleringsplan opgesteld en in de cluster Hapert wordt samen één ketenmodel opgesteld.

Kennisuitwisseling

Een bijna inherent onderdeel van het opzetten van een clustersamenwerking vormt de kennisuitwisseling. Door de periodieke clusteroverleggen wisselen de medewerkers van de verschillende partijen als vanzelf informatie uit over nieuwe ontwikkelingen op het gebied van beleid en techniek en hebben kennis van elkaars opgaven, problemen en oplossingen. Door het benutten van specifieke kennis van de ene partij door de andere partners bestaat de mogelijkheid om de prestaties in het primaire proces van de waterketenpartners te verbeteren. Hierbij kunnen bijvoorbeeld onderwerpen aan bod komen als informatie over het aanvoergebied van de RWZI (om voorbereid te zijn op mogelijke calamiteiten) en de herkomst van bronnen van rioolvreemd water.

Planfiguren in de afvalwaterketen

We onderscheiden een aantal planfiguren in de afvalwaterketen die vrijwel altijd het product zijn van een intensieve samenwerkingen tussen gemeente en waterschap. Hoewel alleen het vGRP (4.3) een wettelijk kader kent worden ook de andere planfiguren door gemeente en waterschap enthousiast opgepakt.

Afvalwaterakkoorden (AWAK)

Een afvalwaterakkoord is een instrument om afspraken voortkomend uit bovengenoemde samenwerkingsinitiatieven in de afvalwaterketen vast te leggen. De onderwerpen en het detailniveau van de afspraken kunnen per gemeente verschillen. In de meeste gevallen zal het afvalwaterakkoord een resultaat zijn van een samenwerkingsinitiatief zoals bijvoorbeeld een optimalisatiestudie van het afvalwatersysteem. In het afvalwaterakkoord worden meestal ook afspraken gemaakt over het overnamepunt. Dit is het punt waar gemeenten de verantwoordelijkheid voor het ingezamelde afvalwater overdragen aan het waterschap. Daarnaast kunnen er afspraken worden gemaakt over gezamenlijke verkenningen die nodig zijn ter verbetering van de samenwerking of van het functioneren van de waterketen.

Basisrioleringsplan (BRP)

Het BRP is een gemeentelijk operationeel rioleringsplan dat als technische onderlegger wordt gezien van het (Verbreed) Gemeentelijk rioleringsplan (V)GRP. Waterschap De Dommel hecht daarom een grote waarde aan deze planvorm. Het waterschap wil graag pro-actief participeren in de totstandkoming van het BRP. In samenwerking met de gemeenten willen we komen tot een integraal plan waarin de interactie tussen het watersysteem en waterketen (riolering en zuivering) duidelijk wordt gemaakt. Daarnaast dient er inzichtelijk te worden welke optimalisatiemogelijkheden er in de riolering zijn om het functioneren te verbeteren.
In het basisrioleringsplan (BRP) dient onder andere aandacht besteed te worden aan:

  • Droge voeten en veiligheid, hydraulisch functioneren van het rioleringsstelsel;
  • de hydraulische en biologische belasting van de zuiveringstechnische werken;
  • de vuilbelasting van het oppervlaktewater;
  • de hydraulische belasting oppervlaktewater en de wijze van de sanering van de lozingen.

Het  BRP wordt getoetst aan het rioleringsbeleid van het waterschap. Het rioleringsbeleid van Waterschap De Dommel is opgenomen in:

  1. Beleidsnota stedelijk water 2000 (pdf);
  2. Kadernota stedelijk water 2006;
  3. Toetsingskader BRP 2009 (pdf)

(Verbreed) Gemeentelijk rioleringsplan ((V)GRP)

Riolering is nodig voor bescherming van de volksgezondheid, het tegengaan van wateroverlast en bescherming van het milieu. Het is voor de gemeente van belang een goede integrale beleidsafweging te maken op het terrein van bodem- en waterkwaliteit, gemeentelijke infrastructuur en rioleringszorg. Het gemeentelijk rioleringsplan is hiervoor een belangrijk strategisch hulpmiddel dat voor een periode van ongeveer 5 jaar het beleid van de gemeente inhoudelijk en financieel borgt.
Een andere reden voor het schrijven van het wettelijke plan is de zorgplicht die de gemeente heeft voor de doelmatige inzameling en transport van hemel- en afvalwater (Wet milieubeheer). In het plan wordt aangegeven hoe de gemeente die zorgplicht in wil vullen.
De gemeente is ook wettelijk verplicht (Wet milieubeheer,artikel 4.22) een rioleringsplan vast te stellen.
Het gemeentelijk rioleringsplan dient tenminste de volgende onderdelen te bevatten:

  1. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn;
  2. een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a;
  3. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen, bedoeld onder a en b, worden of zullen worden beheerd;
  4. de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen als bedoeld onder a, en van de in het plan aangekondigde activiteiten;
  5. een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten.

Bij de totstandkoming van een GRP voert de gemeente overleg met het waterschap, de provincie en de inspecteur van de volksgezondheid. Het waterschap wil net als bij het BRP graag actief een bijdrage leveren bij de totstandkoming van dit plan. Naast onder het basisrioleringsplan beschreven beleid gebruikt het waterschap het toetsingskader GRP 2007 als beleid om het (V)GRP te toetsen.

Structureel vormgeven samenwerking

Het moge duidelijk zijn dat samenwerking voordeel oplevert en kansen biedt. Echter, samenwerking doe je niet incidenteel, samenwerking ga je aan voor de lange termijn. Waterschap De Dommel ziet hier het belang van in en is bereid om zich ook voor de langere termijn in te zetten als een erkende regionale samenwerkingspartner. Hierbij proberen we onze rol nog meer vanuit de wensen van de partners vorm te geven.

Waterschap De Dommel
Naar boven