
Drainage is het kunstmatig ontwateren van de bodem, zonder onderbemaling. Met andere woorden het verlagen van het grondwaterpeil met behulp van drainagebuizen onder vrij verval.
In het beleid dat in 2005 is ingevoerd werd uitgegaan van traditionele drainagesystemen met drains die individueel, rechtstreeks lozen op het oppervlaktewater. Sindsdien is echter een nieuw soort drainagesysteem in opmars, de zogenaamde peilgestuurde drainage (zie figuur met de schematische weergave).

Bij peilgestuurde drainage monden drains niet direct uit in een watergang maar in een zogeheten verzameldrain. Deze verzameldrain mondt uit in een verzamelput. In deze verzamelput zit een verstelbare overloopbuis waarmee de ontwateringsdiepte van de drainage actief kan worden gestuurd. De grondgebruiker kan de ontwateringsdiepte van het drainagesysteem naar eigen inzicht instellen, afhankelijk van het gewas en de periode van het jaar.
In de beleidsregel vindt u informatie over de doelstelling, voorwaarden en het juridisch kader van het beleid "toepassen van drainage in keurbeschermings- en attentiegebieden" (zie link rechtsboven).
Op de drainagekaart (zie link rechtsboven) staat aangegeven tot hoe diep een perceel mag worden ontwaterd met behulp van peilgestuurde drainage. De maximale ontwateringsdiepte is weergegeven per kadastraal perceel. De kaart is alleen van toepassing op attentiegebieden.
Als u op de drainagekaart heeft vast gesteld dat op uw perceel peilgestuurde drainage mogelijk is, kunt u een vergunningaanvraag indienen voor het toepassen van peilgestuurde drainage op uw percelen. Gebruik hiervoor het aanvraagformulier (rechts).
Wanneer u als houder van een vergunning voor het lozen van drainagewater van plan bent de drainage te vervangen, moet u dit ten minste 4 weken vóór aanvang van de vervangingswerkzaamheden melden bij het waterschap. Het waterschap bekijkt dan of de aan een drainagevergunning verbonden voorschriften op het moment dat een drainagesysteem wordt vervangen moeten worden aangepast. Om die reden wil het het waterschap bevorderen dat bij vervanging van bestaande drainagesystemen een peilgestuurde variant wordt aangelegd.
Het beleid voor peilgestuurde drainage wordt geëvalueerd aan de hand van grondwaterstandsmonitoring. Na een nader te bepalen periode wordt bezien in hoeverre de doelstellingen van het beleid zijn gehaald.
Mocht uit de evaluatie blijken dat de doelstellingen niet gehaald worden, zal het waterschap dit beleid herzien. Indien nodig wordt toepassing gegeven aan artikel 6.22 van de Waterwet. Als invulling hiervan zal het bestuur ambtshalve de vergunning wijzigen, of geheel of gedeeltelijk intrekken, zodanig dat de inhoud ervan in overeenstemming wordt gebracht met het beschermingsbeleid.
Het waterschap wil u erop attenderen dat naast de watervergunning ook andere vergunningen nodig kunnen zijn zoals een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet. Het waterschap zal dan ook een afschrift van uw aanvraag doorsturen naar de provincie.