
Een kerntaak van het waterschap is ervoor zorgen dat inwoners ‘droge voeten’ houden. Met de verwachte klimaatveranderingen neemt het risico op ‘natte voeten’ toe. Het zal vaker en heviger regenen, vooral in de winter. Recente onderzoeksresultaten laten zien dat de regenval in de laatste 10 jaar met meer dan 5% is toegenomen. In extreme situaties ontstaan overstromingen in steden en dorpen. We nemen nú maatregelen om problemen in de toekomst te voorkomen.
Eén van de maatregelen is het aanleggen van waterbergingsgebieden, ook wel overstromingsgebieden genoemd. Waterschap De Dommel weegt op dit moment uiterst zorgvuldig af of het aanleggen van waterbergingen de beste oplossing is om wateroverlast in stad en dorp te voorkomen. Door het nieuws te volgen en/of u aan te melden voor de nieuwsbrief Droge Voeten, blijft u op de hoogte van de voortgang van het project.
In de vorige nieuwsbrief kondigden we aan, dat er een nieuwe fase zou aanbreken voor de projecten waterberging. Van voorbereiding van de plannen naar de fase van besluiten nemen. Voordat er besluiten genomen kunnen worden, was en is aanvullend onderzoek nodig. Lees verder>>
Projecten spelen op de volgende locaties:
Alle algemene informatie over waterberging vindt u hier op een rij:
Het bergen van water is het tijdelijk ‘parkeren’ (opvangen) van een teveel aan water. Dat doen we in een gebied waar dat vele water het minste kwaad kan. De lager gelegen terreinen in het buitengebied zijn dan een logische keuze. Dit zijn vrijwel altijd terreinen die liggen in de beekdalen. Het landschap is daar het meest geschikt of er vinden al van nature overstromingen plaats. Water stroomt immers altijd naar het laagste punt.
De gekozen gebieden voor waterberging in de beekdalen hebben meestel de vorm van een grote badkuip. Alleen in noodsituaties gebruiken we deze badkuip om water te bergen. Als overstromingen dreigen, houden we in die gebieden het water tegen en als de situatie veilig is laten we het water weer stromen.
Per definitie wordt een waterbergingsgebied aangelegd om wateroverlast in een ánder gebied stroomafwaarts te voorkomen. Dat kan niet anders. Binnen een stad of dorp is zelden ruimte genoeg om zoveel water op te vangen. Binnen de bebouwde kom wordt wel op andere manieren rekening gehouden met de opvang van (regen)water.
Het klimaat verandert. Daar zijn (klimaat)deskundigen het over eens. We moeten de komende decennia rekening houden met meer regen; perioden van langdurige en intensieve regenbuien in de winter. Het gaat om zoveel water dat beken en rivieren (het watersysteem) dat niet in korte tijd kunnen verwerken. Want juist in de winter staan sloten, greppels, beken en rivieren al vol met water. En er is bijna geen verdamping in de winter. Ook het grondwater heeft in de winter een hoger peil. Daardoor kan er nauwelijks meer water in de grond worden opgenomen. We bereiden ons daarom voor op meer overstromingsproblemen.

Een overstroming betekent meestal overlast en schade. In extreme situaties kan overlast zelfs een veiligheidsprobleem worden. Er dreigt dan een regionale calamiteit. Om deze overlast en schade zoveel mogelijk te verminderen, zijn overstromingsgebieden nodig.
Er is nu al regelmatig sprake van wateroverlast. Als we nú geen maatregelen nemen, dan neemt het risico op overlast en schade in de toekomst toe, vooral in steden en dorpen. De komende jaren geven we daarom hoge prioriteit aan waterberging.
Hieronder vindt u een kaart met de geplande waterbergingsprojecten:

Een overstromingsgebied wordt altijd aangelegd om problemen in een ander gebied te voorkomen. De oplossing ligt niet daar waar het probleem -de overstroming- zich voordoet. Soms ligt een knelpunt voor wateroverlast dichtbij een potentieel overstromingsgebied. Het overstromingsgebied ten zuiden van Geldrop bijvoorbeeld, voorkomt dat Geldrop grote wateroverlast krijgt. Vaak liggen het knelpunt en de oplossing niet zo dicht bij elkaar. Dan moeten we elders binnen het gebied oplossingen vinden. Daarom kan de waterbergingsopdracht niet anders dan integraal bekeken worden. Om die reden voeren we watersysteemanalyses uit van grotere gebieden, die met elkaar samenhangen.
Maar hoe en waar meet je hoeveelheden water? Welk peil houd je aan? Op welk moment neem je welke beslissing? Dat zijn zaken die nog veel aandacht vragen en waarvoor we nog veel werk moeten verzetten. We maken afspraken over techniek en beheer met Rijkswaterstaat en Waterschap Aa en Maas, omdat de watersystemen met elkaar verbonden zijn. Water trekt zich niets aan van grenzen op een kaart. Ook zijn intensieve contacten met gemeenten, bijvoorbeeld Eindhoven, van belang omdat bij een dreigende calamiteit de gemeente een cruciale rol vervult.
In een gebied speelt meestal meer dan alleen het realiseren van waterberging. Zo kunnen er andere doelen zijn, zoals beekherstel, Natte Natuurparels, kwelherstel, ecologische verbindingszones, hermeandering of vispassages. Ook doelstellingen van anderen, zoals recreatie, natuur en landschap, willen we zo veel mogelijk opnemen in onze plannen. Het uitgangspunt is dan ook een integrale aanpak. Het waterschap heeft de ervaring dat er dan betere plannen ontstaan. Dat is een belangrijke reden om al in de voorbereiding met verschillende partijen om tafel te gaan. Van belang hierbij is om op te merken dat het waterschap voor het realiseren van deze projecten afhankelijk is van budgetten van de provincie en het Rijk en van de mogelijkheid van grondverwerving of de inzet van ruilgronden.
Ook al verschillen de gebieden en projecten van elkaar, Waterschap De Dommel hanteert in de basis steeds een interactieve projectaanpak. We noemen dat ‘gebiedsgericht maatwerk’. Deze aanpak bestaat uit een aantal hoofdstappen en principes. Bij de start van elk gebiedsproces bespreken we met alle partijen duidelijk welke stappen precies worden gevolgd en welke rol en verantwoordelijkheid elke deelnemer heeft. Openheid en duidelijkheid vanaf het begin. Onze aanpak is gericht op:
Om water te kunnen bergen in een beekdal, moet het water op de een of andere manier worden tegengehouden. Het maken van een extra dam kan een geschikte manier zijn. Zo'n dam ligt loodrecht op de stromingsrichting van de beek. In de dam komt een grote klep, die het water tegenhoudt. De klep gaat alleen dicht, wanneer het overstromingsgebied ingezet gaat worden: Zo eens in de 10 tot 25 jaar. Waar mogelijk zal het waterschap de klep koppelen aan een bestaande of nieuw te maken weg.
Waar overstromingsgebieden gepland zijn, wordt vaak ook aan beekherstel gewerkt. Het doel is een beek ecologisch beter te laten functioneren. De belangrijkste maatregelen voor beekherstel zijn hermeanderen (de beek weer laten kronkelen), het minder diep maken van een beek en het verwijderen van barrières voor vissen. Oude afgesloten beekarmen worden zo veel mogelijk aangesloten op de beek of op andere plaatsen worden nieuwe kronkels gelegd. Bij het verondiepen komt de bodem van de beek omhoog en wordt de beek breder. Door stuwen te verwijderen en vistrappen aan te leggen (of andere oplossingen) kunnen vissen over een groter leefgebied beschikken.
Soms is het overstromingsgebied ook (of deels) aangewezen als Natte Natuurparel. Een Natte Natuurparel (NNP) is een gebied binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) waar planten en dieren afhankelijk zijn van voldoende en schoon (grond)water. Het doel is kwetsbare natuur te behouden en verdwenen natuur terug te laten keren. Natuurherstel dus. Daarvoor moet meer water langer binnen het gebied vastgehouden worden. Ook de kwaliteit van het water kan beter. Bij iedere 'parel' wordt bekeken hoeveel water er precies nodig is om de gewenste plantensoorten terug te krijgen en met welke maatregelen dat bereikt kan worden. De meeste gebieden met de status Natte Natuurparel zijn verdroogd. Dit houdt in dat de grondwaterstand te laag is voor de gewenste natuur.
Water speelt een grote rol bij het voorkomen en het voortbestaan van bepaalde bomen, planten en dieren in een gebied. Bij een hoger grondwaterpeil en schoner water van betere kwaliteit voelt een ander type planten en bomen zich thuis en worden andere diersoorten aangetrokken. Het landschap krijgt een andere uitstraling met een grotere variatie aan planten- en diersoorten. Belangrijk daarbij is natuurlijk dat de beschermde soorten die nu in de gebieden leven, behouden blijven. Om te onderzoeken welke beschermde soorten in de gebieden voorkomen, is in 2010 een flora- en fauna-inventarisatie (pdf) uitgevoerd. Dit gebeurde in 4 gebieden: Dommeldal en Urkhovense Zegge (Zegge Geldrop), Kleine Dommel (Kasteel Heeze en de Rietbeemden), Run en Keersop. Er is gekeken naar beschermde soorten als: vleermuizen, kleine zoogdieren, broedvogels, reptielen, amfibieën en vissen.
Ook andere partijen kunnen maatregelen toevoegen aan het projectplan. Zo is het denkbaar dat maatregelen op het gebied van recreatie worden toegevoegd, zoals de aanleg van een fiets- of wandelpad.
Wilt u graag op de hoogte blijven van de voortgang van de waterbergingsprojecten, meld u dan aan voor de nieuwsbrief Droge Voeten.
Voor het realiseren van de waterbergingsgebieden wordt een milieueffectrapportage doorlopen op zowel planniveau als op besluitniveau. De milieueffectrapporten worden te zijner tijd bij de projectplannen en bestemmingsplanwijzigingen ter inzage gelegd. Ter voorbereiding op het milieueffectonderzoek geeft het waterschap aan in de Notities Reikwijdte en Detailniveau op welke milieueffecten de voorgenomen maatregelen worden beoordeeld. De notities hebben eerder dit jaar ter inzage gelegen. De bekendmaking hiervan is verschenen in het Waterschapsblad (pdf). U vindt de notities per deelgebied terug op de betreffende projectpagina's (per overstromingsgebied, zoals aangegeven bovenaan deze pagina).
Heeft u nog vragen, dan kunt u contact opnemen met Hans Kalisvaart, tel: 0411-618650 of via
e-mail: hkalisvaart@dommel.nl.
De projectleider Frank Gerritsen kunt u bereiken via e-mail fgerritsen@dommel.nl.
Voor vragen over een van de projecten verwijzen wij u naar de projectleider van het desbetreffende project. U vindt deze informatie op de projectenpagina's.
Bijgewerkt: 8 oktober 2012