5%-regeling voor graslandberegening bij droogte

1 augustus 2018 De 5% regeling betreft het bij uitzondering toestaan van meer grondwateronttrekking voor beregening van grasland in extreem droge situaties. De extreme droogte is gedefinieerd als een droogte die jaarlijks met een kans van 5% kan voorkomen (oftewel een droogte die gemiddeld 5x per 100 jaar (1x/20 jaar) voorkomt). Het betreft een Brabantse regeling, overgenomen van de provincie Noord-Brabant, vanuit de basisgedachte dat de ruwvoervoorziening in Noord-Brabant niet in gevaar mag komen en onomkeerbare schade aan sportvelden moet worden voorkomen.

 

Voor verschillende gebieden in Brabant gelden beperkingen ten aanzien van het beregenen van grasland met grondwater. Dit betreft de beregeningszones waar nog een vergunningsplicht geldt. Hier mag grasland niet beregend worden vóór 1 juni (voorjaarsverbod) en in juni/juli niet tussen 11:00 en 17:00 uur (urenverbod). In extreem droge voorjaren kan voor graslandberegening de 5%-regeling van kracht worden; grasland mag dan wel in april/mei of in juni/juli tussen 11 en 17 uur beregend worden. In de beleidsregel Agrarische beregening uit grondwater bij schaarste staat precies te lezen hoe dit in zijn werk gaat.

  • In april / mei is sprake van een 5% droogtesituatie indien: de som van de verdamping minus de neerslag vanaf 1 april:

               o    In april de grenswaarde van 63mm overschrijdt
               o    In mei de grenswaarde van 63mm + 1,5* de dag overschrijdt
                     Voorbeeld: op 27 mei is de grenswaarde dus 63 mm + (1,5*27) = 103,5 mm.

  • In juni/juli is sprake van een 5% droogtesituatie de 5% regeling indien in de 20 voorafgaande dagen de som van verdamping minus neerslag meer bedraagt dan 82 mm. Voorbeeld: als er van 1 tot 20 juni 100 mm verdampt is en het heeft 30 mm geregend, dan is de totale som 70 mm verdamping. Dan (< 82 mm)  blijft het verbod op 21 juni dus van kracht.

Als maat voor de verdamping wordt het gemiddelde van de stations Gilze en Eindhoven gebruikt. Het betreft de referentie “gewasverdamping” (dus niet die van open water) van het KNMI. Voor de neerslag wordt gebruik gemaakt van de stations Chaam, Gilze, Eersel, Dinther en St.Anthonis. Het station met de minste neerslag is maatgevend.

Indien voor 22 mei een 5% situatie wordt bereikt zal voor de rest van de maand mei ontheffing worden verleend. Indien tussen 22 mei en 31 juli een 5% situatie wordt bereikt zal voor een periode van 10 dagen ontheffing worden verleend. Daarnaast is vanaf 1 juni de 20 dagen regeling van toepassing, dat wil zeggen dat tussen twee ontheffingsperioden minimaal 20 dagen moet zitten. Voorbeeld: is sprake van en ontheffing t/m 31 mei dan kan voor 20 juni geen nieuwe ontheffing ingaan; is sprake van een ontheffing t/m 2 juli dan kan voor 23 juli geen nieuwe ontheffing worden verleend.