Anton van de Sande uit Moergestel begon 2 jaar geleden met een pilot tegen schuimvorming op de roosters, in samenwerking met het waterschap. De veehouder voegt nu micro-organismen en actieve koolstof toe aan het rantsoen én de mestput. Er bleken veel bijkomende voordelen te zijn: Van de Sande kan de mest later uitrijden, wat beter is voor de bodem. Bovendien bespaart hij op kunstmest, omdat zijn mest meer stikstof vasthoudt.

aanmelden nieuwsbrief

Het is een warme dag in juni en 65 koeien van Anton van de Sande lopen deels binnen, deels buiten: “Zie je hoe mooi de koeien glanzen? Dat komt door de proef, het heeft een goede invloed op hun gestel”, vertelt Van de Sande. In overleg met adviseur Maarten van Schijndel, van Waterschap De Dommel, begon de veehouder in 2018 met de pilot om de schuimvorming op de roosters tegen te gaan. Het schuim zorgde namelijk voor klauwproblemen. Van de Sande blikt terug op de ervaringen van de afgelopen twee jaar.

Minder schuimvorming

“We kwamen uit op een behandelmethode die via twee wegen de schuimvorming tegengaat: via het voer en via de mestput.”  In 2018 worden er in de mengwagen micro-organismen en actieve koolstof aan het rantsoen toegevoegd. Daarnaast mengt Van de Sande in november 2018 de actieve koolstof door iedere mestput. De micro-organismen stoppen de rottingsprocessen in de mest. Dit betekent minder schuimvorming, omdat er minder stikstof vervluchtigt. De actieve koolstof zorgt ervoor dat het stikstof kan binden in de mest en biedt een plek voor de micro-organismen om zich goed te vestigen, in zowel de pens van de koe als in de mestput.

Minder kunstmest

De proef was direct succesvol: er was dat jaar geen schuimvorming in de put en de koeien liepen een stuk beter. Dat was niet de enige positieve uitkomst. Omdat de mest door de behandeling meer stikstof vasthoudt, was er minder kunstmest nodig. “Ik heb dat jaar maar 4 ton kunstmest hoeven aankopen, dat is ongeveer de helft van het jaar ervoor”, vertelt Van de Sande. De cijfers liegen er niet om: voor de behandeling was het stikstofgehalte 3,51 N/kg mest, erna 4,78 N/kg mest. “Alleen de besparing op de aanvoer van kunstmest maakt voor mij de proef al rendabel.”

Groener gras dan de buren

De micro-organismen die worden toegevoegd zijn gezond voor bodem én koe. “Als ik geen schuimvorming heb, kan ik langer wachten met het uitrijden van de mest. Ik wacht tot de bodem droog en wat warmer is. Zo bescherm ik de bodem en groeit het gras beter. Ons gras was letterlijk groener dan dat van de buren”, vertelt Van de Sande. Ook de koeien zien er beter uit: “De toevoeging aan het rantsoen doet iets in de pens, ik zie het aan mijn koeien. Ze zitten beter in hun vel. En doordat er geen schuim meer op de roosters staat, lopen ze ook stukken beter. Dat is noodzakelijk wanneer je, zoals ik, met een robot melkt.”

Blijven testen voor optimaal resultaat

De veehouder is zeer te spreken over de proef, en wil de behandeling van het rantsoen en de mestput doorzetten. In 2019 adviseerde de leverancier van de actieve koolstof het alleen nog aan de mestput toe te voegen, in plaats van ook in het rantsoen. Dat was geen succes: het schuim op de roosters  kwam weer terug. “Daarom gaan we dit jaar kijken hoe het beter kan. Het eerste jaar werkte het zo goed, dit is echt de moeite waard”, concludeert Van de Sande.
Ook het waterschap is enthousiast, niet in de laatste plaats omdat het later mest uitrijden zorgt voor minder uitspoeling van voedingsstoffen, betere waterkwaliteit en betere bestendigheid tegen droge periodes.

Wil je ook meedoen aan een proef met mestverbetering? De pilot ‘Een betere bodem voor en door koeien’ wordt vanaf oktober vervolgd en uitgebreid. Daarbij zijn er mogelijkheden voor subsidie. Waterschap De Dommel zoekt melkveehouders die mee willen doen. Iets voor jou? Neem contact op met Maarten van Schijndel: mvschijndel@dommel.nl

Dit artikel verscheen in onze nieuwsbrief Boeren met water