Dit is een oude versie van de regelgeving. Gebruik de zoekfunctie voor de nu geldende regelgeving. link naar regelgevingen zoekpagina
Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Waterschap De Dommel

Besluit van het algemeen bestuur van het Waterschap De Dommel houdende regels omtrent vaste commissies Reglement van Orde voor de vaste commissies 2016

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
Organisatie Waterschap De Dommel
Organisatietype Waterschap
Officiële naam regeling Besluit van het algemeen bestuur van het Waterschap De Dommel houdende regels omtrent vaste commissies Reglement van Orde voor de vaste commissies 2016
Citeertitel Reglement van orde voor de vaste commissies 2016
Vastgesteld door algemeen bestuur
Onderwerp bestuur en recht
Eigen onderwerp bestuur en bevoegdheden

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt het Reglement voor de vaste commissies 2009.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 56 Waterschapswet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-11-2016 28-03-2019 nieuwe regeling

28-09-2016

Waterschapsblad 2016, 1552

DMS:I39047

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van het algemeen bestuur van het Waterschap De Dommel houdende regels omtrent vaste commissies Reglement van Orde voor de vaste commissies 2016

 

 

Vaste adviescommissie

Artikel 1
  • 1.

    De volgende vaste commissies uit het algemeen bestuur brengen gevraagd en ongevraagd advies uit aan het dagelijks bestuur:

    • -

      Commissie watersysteem (WS)

    • -

      Commissie waterketen en schoon water (WK)

    • -

      Commissie bestuur, communicatie en financiën (BCF) 2. Het algemeen bestuur kan op voordracht van het dagelijks bestuur, besluiten om naast de in lid 1 van dit artikel genoemde vaste commissies nog andere vaste commissies in te stellen.

  • 3.

    Fractie: Voor de toepassing van dit reglement wordt onder "fractie" verstaan: de leden van een vaste commissie die hetzij de categorie "Ongebouwd", hetzij de categorie "Natuurterreinen", hetzij de categorie Bedrijven" dan wel een belangengroepering binnen de categorie "ingezetenen" vertegenwoordigen.

Adviezen
Artikel 2
  • 1.

    De vergaderingen van de commissies zijn onderverdeeld in een beeldvormend en/of oordeelsvormend deel. 2. De vergaderingen zijn gericht op beeldvorming respectievelijk oordeelsvorming en bereiden de besluitvorming van het algemeen bestuur voor door adviezen uit te brengen aan het dagelijks bestuur.

  • 3.

    In het kader van oordeelsvorming vraagt het dagelijks bestuur aan de commissie of de commissies wiens aandachtsgebied het betreft, advies over zaken, waarvan het voornemens is een besluit aan het algemeen bestuur te vragen. Daarnaast vraagt het dagelijks bestuur in het kader van beeldvorming de commissie(s) in voorkomende gevallen om advies in de voorfase van de besluitvorming, bij voorbeeld over de strategische kaders waarbinnen voorstellen voor het algemeen bestuur moeten worden uitgewerkt en bij het maken van scenario-keuzes.  In een volgende vergadering kan een commissie het advies eventueel oordeelsvormend behandelen.

  • 4.

    Indien de adviesvraag betrekking heeft op meerdere aandachtsgebieden, bepaalt het dagelijks bestuur aan welke commissie(s) de adviesvraag wordt voorgelegd.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur kan ook advies vragen over andere zaken, dan genoemd in het derde lid van dit artikel.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur vermeldt tegelijk met de voorstellen aan het algemeen bestuur de door de vaste commissies uitgebrachte adviezen en de reactie daarop van het dagelijks bestuur.

  • 7.

    Een commissielid kan de voorzitter verzoeken om een commissie over een bepaald onderwerp ongevraagd advies uit te laten brengen. Indien de voorzitter met dit verzoek instemt, bepaalt hij in welke commissievergadering het desbetreffende onderwerp wordt geagendeerd. Indien een meerderheid van de commissieleden het verzoek ondersteunt, wordt het onderwerp in elk geval geagendeerd. De voorzitter bepaalt dan in welke commissievergadering dit gebeurt.

Samenstelling, benoeming en ontslag

Artikel 3
  • 1.

    De leden van de vaste commissies worden telkens voor de duur van één zittingsperiode van het algemeen bestuur door het algemeen bestuur benoemd.

  • 2.

    Elke fractie heeft in iedere vaste commissie als genoemd in artikel 1 van dit reglement, voor zover beschikbaar, ten minste één gekozen c.q. benoemd fractielid, niet zijnde een lid van het dagelijks bestuur.

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, kan een belangengroepering uit de categorie Ingezetenen, die - exclusief de in het dagelijks bestuur gekozen leden - uit minder dan drie in het algemeen bestuur gekozen leden bestaat, op basis van haar kiesmandaat, extra commissieleden voordragen uit de personen van de geregistreerde kandidatenlijst voor de verkiezingen, zodat de belangengroepering in elk van de drie vaste commissies vertegenwoordigd is.

  • 4.

    Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, kan een belangengroepering uit de categorie ingezetenen, die - exclusief de in het dagelijks bestuur gekozen leden - uit méér dan drie in het algemeen bestuur gekozen leden bestaat, extra commissieleden voordragen voor een vaste commissie, indien blijkt dat die leden nog niet voorkomen op de voordracht voor c.q. nog geen lid zijn van een vaste commissie als bedoeld in artikel 1 van deze verordening. Voordracht van extra leden geschiedt zo veel mogelijk gespreid over de drie vaste commissies.

  • 5.

    Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, kan de categorie “Ongebouwd”, “Natuurterreinen” of “Bedrijven”, die - exclusief de in het dagelijks bestuur gekozen leden - uit minder dan drie in het algemeen bestuur benoemde leden bestaat, naar eigen keuze, een commissielid voor meer dan één vaste commissie voordragen, dan wel via respectievelijk de ZLTO, het Bosschap, de Kamer van Koophandel Brabant laten voordragen, zodat de categorie in elk van de drie vaste commissies vertegenwoordigd is.

  • 6.

    De fractievoorzitters stemmen de voordracht van commissieleden voor de drie vaste commissies in goed overleg af en delen het resultaat daarvan mede aan de watergraaf. Het algemeen bestuur beslist over de benoeming van de voorgedragen kandidaten.

  • 7.

    De artikelen 31 en 33 Waterschapswet zijn van overeenkomstige toepassing op de commissieleden als bedoeld in leden 3 en 5 van dit artikel, indien zij niet zelf in het algemeen bestuur zijn gekozen of benoemd.

  • 8.

    De vaste commissies kunnen door het algemeen bestuur worden uitgebreid met (agenda)leden met adviesrecht voor zover het gaat om aangelegenheden met een interregionaal of internationaal belang of effect. Het (agenda)lid kan zich tijdelijk laten vervangen door een plaatsvervanger en stelt de secretaris van de commissie daarvan tijdig op de hoogte.

  • 9.

    Plaatsvervanging van afwezige commissieleden van een fractie geschiedt uitsluitend door leden van de desbetreffende fractie.

  • 10.

    In voorkomende gevallen heeft iedere fractie enkelvoudig stemrecht.

  • 11.

    De voorzitters van de vaste commissies worden door het algemeen bestuur uit de leden van het algemeen bestuur aangewezen, met dien verstande dat geen leden van het dagelijks bestuur als zodanig kunnen worden aangewezen..

  • 12.

    Iedere vaste commissie benoemt uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter.

  • 13.

    Een door de secretarisdirecteur aangewezen ambtenaar treedt op als secretaris van een vaste commissie.

  • 14.

    Door de secretarisdirecteur aan te wijzen ambtenaren treden op als ambtelijk adviseur van een vaste commissie.

  • 15.

    De leden van het dagelijks bestuur zijn bevoegd de vergaderingen bij te wonen van de commissies waarin zij geen zitting hebben.

  • 16.

    De watergraaf kan desgewenst vaste commissies in gecombineerde vergadering bijeenroepen. De watergraaf of een lid van het dagelijks bestuur – aangewezen door de watergraaf - is voorzitter van een gecombineerde vergadering en de secretaris-directeur is aanwezig als secretaris. De bepalingen van dit reglement, met uitzondering van de leden 11 en 12 van artikel 3,zijn op deze gecombineerde vergadering van overeenkomstige toepassing. Het verslag van de gecombineerde vergadering wordt vastgesteld in de eerst volgende vergadering van het algemeen bestuur.

Artikel 3a

De commissieleden die niet zelf in het algemeen bestuur zijn verkozen of benoemd genieten een presentiegeld waarvan de hoogte door het dagelijks bestuur wordt vastgesteld. 

Openbaarheid
Artikel 4
  • 1.

    De vergaderingen of gedeelten van vergaderingen van de vaste commissies zijn, met uitzondering van de situaties zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel, openbaar. 

  • 2.

    Indien de voorzitter van de vaste commissie of één derde deel van de aanwezige leden het nodig vindt, worden de deuren van het vergaderlokaal gesloten waarna de vergadering beslist of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd.

  • 3.

    Tijdens sluiting van de deuren van een vergaderlokaal c.q. de beraadslaging met gesloten deuren mogen uitsluitend de volgende personen aanwezig zijn: de voorzitter van de vaste commissie, de leden van de vaste commissie c.q. hun plaatsvervanger, overige leden van het algemeen bestuur alsmede de - naar het oordeel van de voorzitter benodigde - ambtelijke adviseurs/ondersteuning.

  • 4.

    Over hetgeen in een besloten vergadering is besproken of besloten, worden geen mededelingen gedaan in het openbaar.

  • 5.

    Indien de commissie het voorstel van de voorzitter om over een onderwerp te beraadslagen met gesloten deuren niet overneemt is de voorzitter bevoegd het onderwerp tot de volgende vergadering aan te houden.

  • 6.

    De aankondiging van een vergadering gebeurt op dezelfde wijze als de aankondiging van de openbare vergadering van het algemeen bestuur.

Gelegenheid tot meepraten in een beeldvormend deel

Artikel 5
  • 1.

    De voorzitter stelt toehoorders bij een openbare vergadering in een beeldvormend deel op hun verzoek in de gelegenheid mee te praten, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

  • 2.

    Voor elk onderwerp van het beeldvormende deel van de vergadering wordt door de voorzitter in overleg met de secretaris een bijpassende werkvorm gekozen en opgenomen in de agenda; een algemene bespreking, vragen stellen of technische bespreking:

    • a.

      Bij een algemene bespreking licht de voorzitter of een gespreksleider eerst kort toe wat het doel van de bespreking van het onderwerp is. Daarna krijgen de sprekers 5 minuten de gelegenheid hun standpunt mondeling toe te lichten. De sprekers krijgen gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten de gelegenheid het woord te voren. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter is bevoegd de spreektijd in bijzondere gevallen te verlengen of in te korten. Nadat alle sprekers het woord hebben gehad, is er gelegenheid voor de commissieleden om vragen te stellen. De bespreking kan beginnen met een presentatie van een ambtenaar of een externe deskundige om de aanwezigen te informeren over de laatste stand van zaken rondom het onderwerp. Sprekers melden zich 12 uur voor het begin van de vergadering schriftelijk of elektronisch bij de secretaris.

    • b.

      Bij de bespreking van een onderwerp waarbij vragen stellen centraal staat, licht de voorzitter of een gespreksleider eerst kort toe om welk voorstel het gaat. Commissieleden hebben tekstbijdragen van de sprekers vooraf ontvangen en stellen hierover direct vragen aan de sprekers. Sprekers dienen ten minste zeven dagen voorafgaand aan de bijeenkomst hun tekstbijdrage aan de secretaris van commissie toe te zenden.

    • c.

      Het onderwerp van een technische bespreking is specialistisch van aard. De commissieleden worden voor het eerst geconfronteerd met de problematiek en de denkrichtingen voor oplossingen. Leden van het dagelijks bestuur, ambtenaren of externe deskundigen lichten het onderwerp toe. Commissieleden kunnen vragen stellen. Bij een technische bespreking kunnen toehoorders niet meepraten.

Gelegenheid tot spreken in een oordeelsvormend deel

Artikel 6
  • 1.

    De voorzitter stelt toehoorders bij een openbare vergadering in een oordeelsvormend deel op hun verzoek in de gelegenheid het woord te voeren, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

  • 2.

    Het woord kan worden gevoerd over alle geagendeerde onderwerpen, tenzij er sprake is van

    • a.

      een besluit van het bestuur waartegen een (bestuurs)rechtelijke procedure open staat of heeft opengestaan;

    • b.

      benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    • c.

      een onderwerp waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;

    • d.

      onderwerpen waarover al in een vorige commissievergadering het woord gevoerd kon worden of het woord is gevoerd.

  • 3.

    Het in het eerste lid bedoelde verzoek dient uiterlijk 24 uur voor het begin van de vergadering schriftelijk of elektronisch bij de secretaris te worden ingediend, onder vermelding van het punt waarover men het woord wil voeren. De verzoeker vermeldt in zijn verzoek naast het onderwerp zijn naam, adres en telefoonnummer.

  • 4.

    Indien verzocht is het woord te mogen voeren, gelden daarbij de volgende bepalingen: a. De voorzitter meldt bij aanvang van de vergadering wie gebruik willen maken van het spreekrecht over geagendeerde onderwerpen. b. De voorzitter geeft personen die zich daarvoor hebben opgegeven het woord bij het betreffende voorstel. c. De aanwezige commissieleden en hun vervangers kunnen vervolgens verduidelijkende vragen stellen die door de inspreker worden beantwoord. d. Na behandeling van een onderwerp in eerste termijn, krijgt de inspreker voorafgaande aan de tweede termijn nogmaals gelegenheid kort het woord te voeren. e. De spreektijd van een toehoorder bedraagt maximaal 5 minuten in eerste termijn en maximaal 2 minuten in tweede termijn. In de eerste termijn is er voor toehoorders de gelegenheid gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord te voren. In tweede termijn is dat maximaal 15 minuten. f. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. g. De voorzitter is bevoegd de spreektijd in bijzondere gevallen te verlengen of in te korten.

  • 5.

    De voorzitter kan in bijzondere omstandigheden spreekrecht toestaan indien niet voldaan wordt aan de in lid 3 aanhef gestelde termijn.

Wijze van besluitvorming

Artikel 7
  • 1.

    De voorzitter roept een vaste commissie zo spoedig mogelijk, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste één week voor de vergadering, in vergadering bijeen met aanduiding van de datum, het tijdstip, de plaats en het onderwerp waarover aan het dagelijks bestuur advies wordt uitgebracht.

  • 2.

    Op verzoek van tenminste twee leden van het dagelijks bestuur of een meerderheid van de commissie roept de watergraaf een vaste commissie bijeen.

  • 2a.

    Na consultatie van de fractievoorzitters kan de watergraaf besluiten om een geplande vergadering te laten vervallen.

  • 3.

    De secretaris van de commissie maakt notulen van de commissievergadering. De vaststelling van de notulen vindt in de regel plaats aan het eind van de vergadering die volgt op de vergadering waarop de notulen betrekking hebben. De notulen worden na vaststelling door de voorzitter en de secretaris ondertekend. 3a. De voorzitter kan afhankelijk van de aard van het onderwerp en de gekozen vergadervorm bepalen dat kan worden volstaan met een beperkte verslaglegging van de vergadering, met dien verstande dat beraadslaging over spoedeisende adviezen in elk geval wel worden genotuleerd.

  • 4.

    In een vergadering, waarin niet meer dan de helft van de leden aanwezig is, kunnen geen besluiten worden genomen over een door de commissie uit te brengen (gemeenschappelijk) advies.

  • 4a.

    Per onderwerp voert één vertegenwoordiger van elke fractie het woord.

  • 5.

    Alle besluiten over het door de commissie uit te brengen advies worden genomen bij een meerderheid van stemmen van de aanwezige woordvoerders van de fracties.

  • 6.

    In gevallen, betrekking hebbende op de orde in de vergaderingen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter.

Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 8
  • 1.

    Dit reglement wordt aangehaald als Reglement van Orde voor de vaste commissies 2016.

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking op datum bekendmaking en werkt terug tot 1 november 2016.

  • 3.

    Op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit vervalt het Reglement voor de vaste commissies 2009.

het algemeen bestuur,

 

mr. drs. P.C.G. Glas

watergraaf

 

drs. A.G. Dekker MSc

secretaris