Er zijn twee procedures mogelijk; de normale procedure (besluit binnen 8 weken) en de uitgebreide procedure (besluit binnen 6 maanden). Het bevoegde bestuursorgaan beslist welke procedure van toepassing is op de aangevraagde activiteit. In geval van de gecoördineerde Waterwet-vergunning is bij wet bepaald dat de uitgebreide procedure gevolgd moet worden. De hierna volgende beschrijving heeft betrekking op de uitgebreide procedure van 6 maanden.

Vooroverleg

Een aanvraag voor een Watervergunning wordt ingediend bij het waterschap en/of bij de gemeente waar de betreffende activiteit waarvoor vergunning wordt aangevraagd plaatsvindt. Voor een dergelijke aanvraag kan gebruik worden gemaakt van een aanvraagformulier. Een aanvraag kan in concept worden ingediend. Dit gebeurt vaak tijdens het vooroverleg. Hoewel deze fase die aan het indienen van een aanvraag voorafgaat niet in een wet is geregeld, is het toch zinvol om het waterschap zo vroeg mogelijk bij een voorgenomen lozing te betrekken.

Het vooroverleg kan een indicatie geven over de haalbaarheid van een geplande activiteit. Soms is er nog aanvullend onderzoek nodig voor het verkrijgen van vereiste gegevens over de lozing. Mogelijk kan er ook al enige duidelijkheid komen over de voorschriften die in een lozingsvergunning worden gesteld. Tijdens het overleg kan het waterschap uiteraard nog geen harde toezeggingen doen en ook niet hoe de voorschriften precies zullen luiden.
Het waterschap kan wel bijdragen aan totstandkoming van een volledige en ontvankelijk aanvraag voor een Watervergunning. Op die manier wordt voorkomen dat de aanvrager de aanvraag moet aanvullen voordat die door het waterschap in behandeling kan worden genomen.

De aanvraag

Een definitieve aanvraag dient inclusief bijlagen in viervoud bij het waterschap te worden ingediend. De proceduretermijn voor het verlenen van de gevraagde vergunning start op de dag dat de definitieve aanvraag is ingediend.

Coördinatie

Wanneer voor een bedrijf of instelling naast een vergunning ingevolge de Waterwet ook een vergunning ingevolge de Wet milieubeheer moet worden aangevraagd, bestaat er enkel een wettelijke plicht om beide aanvragen gecoördineerd te behandelen wanneer het gaat om een zogenaamd IPPC-bedrijf van waaruit direct afvalwater wordt geloosd op het oppervlaktewater.
Daartoe dienen in de eerste plaats de aanvragen tegelijkertijd (of binnen zes weken na elkaar) bij de verschillende bevoegde instanties te worden ingediend.

Voor de Wet milieubeheer is vaak de provincie het bevoegde gezag. Bij het beoordelen van de beide aanvragen en het opstellen van de voorschriften wordt door het waterschap en de provincie samengewerkt: de beide vergunningen worden inhoudelijk op elkaar afgestemd en de procedures worden gelijktijdig doorlopen.

Opstellen vergunning

Bij een beslissing op een aanvraag en het opstellen van vergunningvoorschriften wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • Eisen of aspecten die zonder meer in acht moeten worden genomen, zoals grenswaarden voor emissie- en waterkwaliteitsdoelstellingen, algemene regels, instructies en aanwijzingen, die in diverse verordeningen, besluiten en wetten zijn vastgelegd. Voor de lozing op oppervlaktewater gelden als leidende principes de vermindering van de verontreiniging, het standstill-beginsel en het BBT-beginsel (Best Beschikbare Techniek);
  • Eisen, aspecten of plannen waarmee rekening moet worden gehouden, zoals de Keur 2009, het eigen waterbeheersplan en het provinciaal milieubeleidsplan en waterhuishoudingsplan en ook de zelf vastgestelde beleidslijnen;
  • Eisen of aspecten die bij de beoordeling van een aanvraag moeten worden betrokken, zoals de bestaande en toekomstige kwaliteit en kwantiteit van het oppervlaktewater en grondwater, ingebrachte adviezen en bezwaren alsmede de mogelijkheden om de vervuiling zo veel mogelijk te voorkomen.

De ontwerpbeschikking

Voordat een Watervergunning wordt verleend, wordt er eerst een ontwerp van de vergunning opgesteld. Dit wordt een ontwerpbeschikking genoemd. Het waterschap overlegt bij de totstandkoming van de ontwerpbeschikking met een aantal interne en externe adviseurs.

De ontwerpbeschikking wordt opgesteld uiterlijk twaalf weken nadat de aanvraag is ingediend en toegezonden naar de aanvrager. Direct hierna wordt de ontwerpbeschikking samen met de aanvraag bekend gemaakt. Dat gebeurt door middel van advertenties in kranten en het ter inzage leggen van het dossier.

Bezwaren/zienswijzen

Na de bekendmaking van de ontwerpbeschikking en de aanvraag kunnen belanghebbenden en de aanvrager binnen vier weken schriftelijk bezwaar indienen bij het waterschap. Dit bezwaar worden wettelijk zienswijzen genoemd.

De beschikking

Nadat de ontwerpbeschikking en de aanvraag ter inzage heeft gelegen en eventuele ingediende zienswijzen zijn behandeld, wordt de vergunning verleend. Dit wordt een beschikking genoemd.

De beschikking wordt uiterlijk 26 weken na het indienen van de aanvraag verleend en toegezonden naar de aanvrager. Direct hierna wordt de beschikking samen met de aanvraag bekend gemaakt. Dat gebeurt wederom door middel van advertenties in kranten en het ter inzage leggen van het dossier.

Beroep

Binnen zes weken na de bekendmaking van de beschikking kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dat kan worden gedaan door de aanvrager, door de wettelijk aangewezen adviseurs of door de mensen die in een eerder stadium bezwaren (zienswijzen) hebben ingediend. Maar ook degenen die bezwaren hebben tegen veranderingen, die ná de ontwerpbeschikking zijn aangebracht, kunnen beroep instellen.

Heeft u gevonden wat u zocht?