Het Brabants Dagblad kopte in de kant van 8 september ‘Drugsgebruik op festivals ‘zeer verontrustend’, 80 procent onder invloed volgens politie’. De toename van het drugsgebruik tijdens festivals zien wij ook terug in de grote hoeveelheid drugsresten die via de toiletten op het festivalterrein naar onze rioolwaterzuiveringsinstallaties stromen. Dat dit ook negatieve invloed heeft op de kwaliteit van het water in onze sloten en beken, realiseren de meeste mensen zich vast niet.  Voor dit probleem moet dringend een oplossing komen. En dat is niet alleen de taak van het waterschap, het is tijd voor een bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid van alle betrokkenen.

Opiniestuk Bas Peeters, lid van het dagelijks bestuur

Tijdens festivals zoals Decibel zien we een piek in de hoeveelheid drugs in het afvalwater. Dit zijn drugsresten die festivalbezoekers via plas en poep achterlaten op de toiletten van het festivalterrein. Via het rioolstelsel stromen ze vervolgens met het afvalwater mee naar onze rioolwaterzuivering. En daar wordt het een probleem voor ons allemaal.

Rioolwaterzuiveringen zijn niet gebouwd om drugsresten te verwijderen

Onze rioolwaterzuiveringen kunnen een deel van de drugsresten eruit halen, maar zeker niet alles. Het overgrote deel stroomt met het gezuiverd afvalwater de sloten en beken in. Daar heeft het negatieve gevolgen voor vissen, planten en ecologie.  Het water stroomt vervolgens naar de Maas, waar er later weer drinkwater voor de inwoners van West-Nederland van gemaakt wordt. Drugsresten in afvalwater vormen een sluipende en onzichtbare dreiging voor ons water.

Rioolwaterzuiveringen zijn oorspronkelijk gebouwd om nutriënten uit het afvalwater te halen. Dit zijn organische stoffen vooral uit onze poep en plas. Tegenwoordig zitten er steeds meer chemische stoffen en ‘microverontreinigingen’ in ons afvalwater. Denk hierbij aan medicijnresten, microplastics, PFAS en drugsafval. Het verwijderen van deze stoffen uit het water is een grote uitdaging. Wij investeren in aanvullende, vaak kostbare technieken om zoveel mogelijk van deze stoffen te verwijderen. Zo bouwen we in Hapert een Ozon-installatie voor 14 miljoen euro die medicijnresten uit het water filtert. Het lastige is dat elke nieuwe techniek maar geschikt is voor het verwijderen van een aantal stoffen. Zo’n grote investering alleen doen om in de festivalmaanden de grote piek aan drugsrestanten te verwijderen, is niet uit te leggen aan de belastingbetaler.

Wat er niet in zit, hoeven wij er ook niet uit te halen

Als waterschap zijn we al in gesprek met ziekenhuizen en zorginstellingen over de mogelijkheden om medicijnresten daar ter plekke uit het afvalwater te halen, nog voor ze in het rioolstelsel komen. Want wat er niet in zit, hoeven wij er ook niet uit te halen. Zulke gesprekken voeren we ook met bedrijven die stoffen lozen die we niet in het water willen hebben. Een goede stap, maar er ligt een bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zouden festivalorganisatoren niet zelf de drugsresten op een festivalterrein uit het water kunnen halen? De technieken zijn er al. En die kosten inderdaad geld. Maar is het niet logischer dat de veroorzaker hiervoor betaalt in plaats van de kosten af te wentelen op alle inwoners van ons gebied?

Ik pleit daarom voor breed maatschappelijk eigenaarschap. Als waterschap doen we al ons uiterste best om zoveel mogelijk chemische stoffen uit het water te halen. We kunnen het echter niet alleen. Ook de veroorzaker van dit soort lozingen heeft een verantwoordelijkheid voor schoon en gezond water. Deze verantwoordelijkheid zou niet vrijblijvend moeten zijn, hierbij past landelijke regelgeving die ons als waterschap helpt toe te zien op verontreinigingen vanuit nieuwe stoffen. We lopen nu nog te vaak achter de feiten aan. Want de tijd dat we vanwege kosten of gebrek aan politieke daadkracht geen keuzes maken is nu echt voorbij. Hierbij moeten we buiten de gebaande paden durven denken waarbij traditionele rolverdelingen niet altijd meer vanzelfsprekend zijn.