Water, water, water – een kwestie van leven of dood?

4 juli 2017 De nieuwe “waterbaas” van Limburg dijkgraaf Patrick van der Broeck gaf deze week een interview waarin hij zei “er vallen doden als we overlast niet aanpakken”. Na de film “als de dijken breken” die een paar maanden geleden veel aandacht trok, lijkt dit een nieuwe aanwijzing dat het waterbeheer en de veiligheid in onze Delta – en zelfs in het Limburgse heuvelland – misschien toch niet zo vanzelfsprekend is als we jaren lang dachten. In Brabant schrokken ze al eerder toen watergraaf Segers 15 jaar geleden na record-regenval in Duitsland zei “als die regen hier gevallen was dan stond er anderhalve meter water in de Sint Jan in ’s-Hertogenbosch”. Dat was even schrikken voor de Bosschenaren.
Bron: Krantenbank Zeeland Watersnood documentatie 1953 - brochures | 1954 | 6 januari 1954 | pagina 1

Doden door overstromingen – dat zijn we in Nederland niet meer gewend sinds de watersnoodramp van 1953. Maar nu, meer dan een halve eeuw later, moeten waterbeheerders kennelijk uit een ander vaatje tappen om aandacht voor het waterbeheer te krijgen bij de pers en het publiek. De OESO gaf het in hun publicatie over het Nederlandse waterbeheer in 2014 trouwens al aan: het gebrek aan waterbewustzijn is de Achilleshiel van onze Nederlandse “water governance”.

Dat er een relatie is tussen weerextremen en het klimaat, dat is voor mij wel duidelijk. Taalkenner en schrijver Wim Daniëls wees er onlangs op dat er tussen véél te veel, en véél te weinig water in onze taal letterlijk één letter verschil is: “watersnood” of “waternood”. Watersnood overvalt je, maar waternood is een sluipmoordenaar. Vorig jaar werden we in Brabant en Limburg overvallen door hoosbuien en hagel, maar dit jaar bouwde zich week na week een enorm watertekort op door de droogte. Dat is nu al een ramp voor de landbouw in België, maar ook in Nederland zuchten de boeren op de zandgronden onder de droogte. En waar droogte is, is hitte en hittestress. Niet alleen op het land, maar ook in de stad. Het Internationale Rode Kruis rapporteerde dat de hitte in o.m. Frankrijk en België in 2015 wereldwijd tot de top tien van dodelijkste natuurrampen konden worden gerekend. Die hittegolf kostte in Frankrijk in dat jaar 3275 mensen het leven, veel daarvan kwetsbare ouderen in de stad.

Het is dus zaak dat we de komende jaren ons fundamenteel bezinnen op de vraag hoe we met die weerextremen moeten omgaan. Met slim beheer en onderhoud van watergangen, met ICT en besparende technologieën, met slimme teelten, met nieuwe waterproof-architectuur van infra en vastgoed, en ook met gebouwen die het water vasthouden en als een sponsen langzaam weer vrijgeven. Geef water en groen dus de ruimte, óók in de stad.

Als we dat niet durven, of niet willen, of denken dat het gratis is, of dat het onze tijd wel uitzit, dan ben ik bang dat vóór dat we de laatste watersnood gaan herdenken in 2053 er ook in ons land slachtoffers zullen vallen: door water(s)nood en oververhitting.

In provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies en bestemmingsplannen die de komende jaren verschijnen MOET het water daarom een prominente plek krijgen. En óók in de jaarverslagen van grote en kleine bedrijven. En in de bedrijfsplannen van boeren. Het water is een bedreiging, maar biedt tegelijk een kans om ons land duurzamer, productiever, mooier en veiliger te maken.