Extreem is het nieuwe normaal

30 juli 2018 Waterschap De Dommel is eind juli overgegaan tot een heel drastische reddingsactie voor kwetsbare beken die dreigen droog te vallen. Dat begon met de Reusel bij Lage Mierde waar een populatie Beekprikken zou uitsterven als er geen water meer was. Dankzij de grondwaterputten van twee meewerkende boeren stroomt er weer water in de beek en zijn planten en dieren gered. Inmiddels krijgen nog vier andere beken ook grondwater of kanaalwater aangevoerd. Doen we dit niet dan zijn we in de ontwikkeling van die beken tien jaar of langer teruggeworpen. Dan zijn alle investeringen voorlopig voor niets geweest. Dat willen we niet laten gebeuren.

De natuur stelde ons de afgelopen weken voor de vraag waar we als waterbeheerders en als samenleving rekening mee moeten houden. Wat zijn de normale omstandigheden die we gewoon aan moeten kunnen, en wat zijn de extremen? Kortom: wat is eigenlijk normaal?

Twee jaar na de iconische wateroverlast van 2016 is het deze zomer gortdroog. Erger nog dan in het recordjaar 1976. Blakende zonneschijn, hete nachten, verdorrende velden, blauwalg, opdrogende beken, dode vis, mislukkende oogsten. En af en toe een heftige lokale onweersbui met wateroverlast, grote schade en zelfs dodelijke slachtoffers. Dat is waar we nu al drie maanden lang mee te kampen hebben. Weermannen en -vrouwen vertellen ons dat de kans dat we dit in de toekomst vaker meemaken groter wordt. Het hoort bij het nieuwe klimaat.

Het probleem rond extreme klimaatverschijnselen leeft bij bestuurders, ondernemers en burgers. Dat merkte ik tijdens de top Klimaatstroom Zuid in Breda waar ik begin juni aanwezig was. Veel partijen spraken daar uit dat ze concreet aan de slag willen met sleutelgebieden zoals energie, mobiliteit, landbouw, de gebouwde omgeving en biobased infra. Goede intenties, en nu waarmaken. En vertalen naar begrijpelijke verhalen en haalbare acties voor burgers die zelf ook een steentje willen bijdragen. Waterschap De Dommel heeft daarvoor bijvoorbeeld de Waterschijf van Vijf ontwikkeld.

Kortom: Wat te doen?

Dit was ook de titel van de laatste editie van het zondagmiddag programma “Het filosofisch kwintet”. Het is de moeite waard om dit (na het lezen van deze column) terug te kijken op uitzending gemist. De serie van vijf uitzendingen ging deze zomer over de vraag hoe we in 2050 terug kijken naar nu. Hoe kijken we over twee generaties terug op de problemen, de oplossingen en het handelen van nu? Zijn we de spreekwoordelijke kikkers in de pan die blijven zitten tot het water kookt en het te laat is? Zijn we zalmen die tegen de stroom in zwemmen? Of zijn we als mieren die zich nijver en in samenwerking aan alle veranderde omstandigheden aanpassen?

Zelf zeg ik: doe mij maar de mieren. Toeval of niet, in de hete droge zomer van 1976 deed ik als biologiestudent veldonderzoek naar het gedrag van mierenkolonies in de duinen bij Wassenaar. Die bleven gaan!

Structurele maatregelen zijn nodig. Overal in Nederland, maar zeker op het zand in het zinderende Zuiden. Daarom is er het Deltaprogramma voor de Hoge Zandgronden. De urgentie is helder, maar de huidige situatie is wellicht nog extremer dan waar we al rekening mee hielden.

Als dit straks voorbij is, zullen we daarom met z’n allen goed moeten nadenken over de lessen die we hieruit trekken. Hoe zorgen we ervoor dat de kweldruk herstelt zodat landbouw en natuur langer gebruik kunnen maken van het ondiepe grondwater? Uitdagingen die we sowieso met grote voorrang moeten aanpakken zijn:

  • omkeren van de uitputting van de kostbare diepe grondwatervoorraad
  • grootschalige buffervorming voor toekomstige droge zomers
  • vasthouden van water in landbouw gebied, in de beekdalen, maar ook in de stad
  • teeltkeuze in relatie tot risico's van droogte én wateroverlast
  • tegengaan van drinkwaterverspilling

Als de afwisseling van extreem natte en droge episoden het nieuwe normaal is, dan dient zich óók de vraag aan of de natuurdoelen die we hebben vastgesteld voor de beken en andere waterlichamen op de hoge zandgronden nog wel toepasbaar zijn. Welke ecologische norm hoort bij het nieuwe klimaatnormaal? Een laaglandbeek in een gematigd zeeklimaat is volgens mij echt iets anders dan een laaglandbeek in een landklimaat. De EU Kaderrichtlijn Water verplicht ons om maatregelen te nemen die de vastgestelde doelen vóór 2027 haalbaar maken. Of we dat gaan halen is al een tijdje de vraag, maar tegen de achtergrond van de extreme klimatologische omstandigheden van de laatste jaren, zeg ik tegen de EU in Brussel: first things first! Laten we ons concentreren op de hierboven genoemde basisvoorwaarden voor robuuste watersystemen en de noodzakelijke verbetering van de waterkwaliteit. En laat de natuur die daarbij hoort in de loop van de jaren vanzelf ontstaan.