Heffing lozen van grondwater

In het geval van een grondwaterlozing kan er een aanslag zuiveringsheffing of verontreinigingsheffing worden opgelegd. Bij lozing op riolering gaat het om een aanslag zuiveringsheffing en bij lozing op oppervlaktewater een aanslag verontreinigingsheffing. De wettelijke grondslag voor deze heffingen is geregeld in de Waterschapswet en de Waterwet. Daarnaast zijn er door het algemeen bestuur van het waterschap de verordening verontreinigingsheffing en verordening zuiveringsheffing vastgesteld.

De grondwaterlozing dient te worden gekwantificeerd door meting met een nauwkeurigheid van ten minste 95%.

Bijzonderheden

Het tijdvak waarover de aangifte gedaan moet worden, is het tijdvak tussen start- en einddatum van de lozing. Als start- en einddatum niet binnen hetzelfde kalenderjaar liggen, wordt per kalenderjaar een aparte aanslag opgelegd. Voor een juiste berekening van de aanslag per kalenderjaar moet de meterstand van de lozing op de eerste dag van het kalenderjaar worden opgenomen in de aangifte. Als deze meterstand niet wordt opgegeven, wordt de geloosde hoeveelheid water aan de hand van de aangeleverde gegevens per heffingsjaar naar tijdsevenredigheid berekend.

De feitelijke lozer is belastingplichtig tenzij de aangifte wordt gedaan namens een opdrachtgever. In dat geval moet dit als zodanig worden aangegeven in de aangifte. De belastingplichtige blijft ook de belastingschuldige.

Voordat een aanslag kan worden opgelegd, moet er sprake zijn van een belastbaar feit. Dit doet zich voor wanneer er sprake is van het lozen of afvoeren van stoffen op respectievelijk een oppervlaktewaterlichaam (bijv. rivier, kanaal of meer) of riolering. Voor dit belastbaar feit geldt een aangifteplicht. Het niet doen van aangifte leidt tot het ambtshalve vaststellen van de aanslag alsook omgekeerde bewijslast. Het niet doen van aangifte is strafbaar.

De zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing zijn gebaseerd op het principe ‘De vervuiler betaalt’. De hoogte van de aanslag wordt berekent door het aantal vervuilingseenheden (v.e.) te vermenigvuldigen met het tarief zuiveringsheffing en/of verontreinigingsheffing.
Het aantal vervuilingseenheden wordt berekend met behulp van door meting, bemonstering en analyse van het geloosde afvalwater verkregen gegevens. Als het geloosde afvalwater niet is bemonsterd en geanalyseerd, wordt de vervuilingswaarde berekend door het gemeten debiet te vermenigvuldigen met de afvalwatercoëfficiënt 0,001 v.e./m³. In formule: Aanslag = debiet x afvalwatercoëfficiënt x tarief → € = m³ x 0,001 v.e./m³ x €/v.e