Waterschap De Dommel zorgt voor schoon, voldoende en veilig oppervlaktewater. Dat betekent onder meer dat de sloten voor de aan- en afvoer van water in een goede staat van onderhoud moeten zijn. Sommige sloten worden gebruikt om in droge tijden water aan te voeren naar ons gebied. Voor de aan- en afvoer van water is het kort houden van de begroeiing in de sloot belangrijk. Verder kan te veel begroeiing schadelijk zijn voor de flora en fauna in en rond het water. In de zomer kan verslibbing bijvoorbeeld leiden tot blauwalg, stank en vissterfte en in de winter tot wateroverlast. Voor goed waterbeheer is het dus van belang dat alle sloten goed en op de juiste manier worden onderhouden.

Wie moet dat onderhoud doen?

Het waterschap heeft de watergangen in zijn beheergebied onderverdeeld in twee categorieën: hoofdwatergangen (A-watergangen) en overige watergangen (B- en C-watergangen). Het waterschap is verantwoordelijk voor het onderhoud van de hoofdwatergangen. De aangelanden/eigenaren van percelen aangrenzend aan overige sloten zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van die sloten. Dit zijn de B- en C- watergangen.

Waterschap zorgt voor belangrijkste sloten

Waterschap De Dommel onderhoudt de belangrijkste sloten en beken zelf, onder andere door te maaien, te baggeren en door bomen en struiken te snoeien. Hierbij houden we uiteraard rekening met de Flora- en faunawet.

Moet u ook wat doen?

Bent u eigenaar van een perceel waar een sloot doorheen loopt of aan grenst? Dan kan het zijn dat u onderhoudsplichtig bent. Dit kunt u opzoeken in de keur en de legger (www.dommel.nl/keur en www.dommel.nl/legger). Wanneer u hierover vragen heeft, kunt u contact opnemen via (0411) 618 618.

De onderhoudsverplichting strekt zich uit tot het midden van de sloot. Ligt een sloot in één perceel, dan geldt de onderhoudsplicht uiteraard voor de gehele breedte van de sloot. Afspraken met buren, gemeenten of loonwerkbedrijven voor wat betreft het uitvoeren van het onderhoud aan sloten doen niets af aan de onderhoudsplicht van de eigenaar of gebruiker. Hij is altijd verantwoordelijk voor de staat van onderhoud van zijn deel van de sloot.  

Hoe gaat u aan de slag?

De onderhoudsplichtigen van een sloot zijn verplicht tot het in stand houden van het functioneren (o.a. waterafvoer) van de sloot. Omdat in de winter veel regen valt, is een goede afwatering belangrijk. Goed onderhouden sloten dragen hieraan bij. Het is dus belangrijk dat er geen obstakels zoals takken, bladeren en begroeiing in de sloot liggen die de waterafvoer kunnen belemmeren. Het belangrijkste is dat de kans op wateroverlast wordt voorkomen. Dit kunt u doen door:

  • de sloot op het juiste diepte en breedte te houden (de aangelegde diepte van een sloot is vrijwel altijd de binnen-onderkant van aanwezige duikers)
  • het verwijderen van (overtollige) waterplanten
  • het verwijderen van drijfvuil, kroos, ingevallen bladeren, overhangende takken, gezonken voorwerpen en overige zaken die de aan- en afvoer en berging van water hinderen
  • het schoonhouden van duikers
  • het herstellen van taluds

Wacht niet te lang met het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden. Daarmee voorkomt u overlast voor uw zelf en het waterschap.

Jaarlijkse controle: de schouw

Het waterschap controleert jaarlijks de sloten die water aan- en afvoeren. De inspectie van waterlopen die wij niet zelf onderhouden, noemen we de schouw. Tijdens de schouw controleren de medewerkers van het waterschap de waterlopen op de onderhoudstoestand: juiste profiel, aanwezigheid van obstakels en begroeiing en doorstroming in 'duikers'. De schouw vindt altijd plaats in januari.

De controles starten vanaf 1 januari. Ook buiten de schouwperioden moeten de sloten en taluds in goede staat zijn. We mogen u als onderhoudsplichtige hier ieder moment van het jaar op aanspreken.

Heeft u gevonden wat u zocht?