Bent u in het bezit van een vergunning of een bedrijfswaterplan voor het onttrekken van grondwater? Dan moet u de hoeveelheid onttrokken grondwater opgeven.

Debietmeter

Vergunninghouders van grondwateronttrekkingen moeten registreren hoeveel zij onttrekken. De Waterwet schrijft voor dat u hiervoor een debietmeter moet gebruiken. Voor informatie over de aanschaf, het gebruik en onderhoud van debietmeters verwijzen wij u naar de leveranciers van beregeningsmaterialen.

Meer informatie over de Waterwet

Toen de Waterwet inging, heeft de Rijksoverheid ervoor gekozen om iets te doen aan onnauwkeurige metingen en registraties. Artikel 6.11 lid 2 van het Waterbesluit stelt dat de meting van de onttrokken hoeveelheid grondwater tenminste 95 procent nauwkeurig moet zijn.

Artikel 6.11 lid 2

Degene die grondwater onttrekt of water infiltreert, meet de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater of geïnfiltreerd water met een nauwkeurigheid van ten minste 95%. Voor kortdurende of seizoensgebonden onttrekkingen of infiltraties kan het bevoegd gezag in de voorschriften van de vergunning voor het onttrekken van grondwater of het infiltreren van water of, indien geen vergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de hoeveelheid over een kortere tijdsspanne wordt gemeten.
In de toelichting op de artikelen (Memorie van toelichtingen) die is opgesteld toen het Waterbesluit in werking trad, verwijst de Rijksoverheid indirect naar de debietmeter.

Memorie van toelichtingen, artikelsgewijze toelichting artikel 6.11

De nauwkeurigheid van de metingen aan de hoeveelheden onttrokken grondwater en geïnfiltreerd water dient 95% te zijn. Met de huidige watermeters zijn dergelijke nauwkeurigheden goed te bereiken. Er is daarom geen noodzaak om een minder grote nauwkeurigheid toe te staan - hetgeen onder het regiem van de Grondwaterwet nog wel mogelijk was.