Anders maaien door nieuwe regels

Het maaien van beken en sloten in het Dommelgebied is weer gestart. Door de bodem, oevers en slootkanten te maaien, groeit een beek of sloot niet dicht en kan het water blijven stromen. Sinds 1 april 2025 werken we met de nieuwe gedragscode voor bestendig beheer en onderhoud. Hierdoor ziet het maaien van beken en sloten er anders uit dan eerst. Wat is er anders? 

Nieuwe gedragscode

De gedragscode geeft alle waterschappen in Nederland regels en goedgekeurde werkwijzen voor het beheer en onderhoud van beken en sloten. Zoals het maaien van oevers en slootkanten en het baggeren van beken en zandvangers. De regels gelden ook voor onderhoud aan stuwen, gemalen en onderhoudspaden. De nieuwe gedragscode is strenger dan de vorige. Dat heeft te maken met de Omgevingswet en strengere regelgeving. Het belangrijkste doel: beschermde plant- en diersoorten ook echt beschermen. Dat heeft invloed op onze manier van maaien en de maaiplanning. 

De grootste veranderingen 

Waterschappen moeten vanaf 1 april 2025 een deel van de begroeiing in en langs het water laten staan. In principe maaien we nergens in het Dommelgebied beken en sloten nog helemaal kaal. Ook niet vlak voor de winter. Dit betekent dat we bij iedere beek of sloot nog maar 1 oever of slootkant volledig maaien. En dat we aan de andere kant begroeiing laten staan. Eén keer per jaar wisselen we van kant. Is de linkeroever of slootkant dit jaar aan de beurt, dan maaien we volgend jaar de rechteroever of slootkant.  

Grote verschillen in maaionderhoud

Vaker maaien op dezelfde plek

Met onze nieuwe maaiplanning volgen we de regels in de nieuwe gedragscode. Dit betekent wel dat we op sommige plekken voortaan vaker moeten terugkomen om te maaien. Zo zorgen we ervoor dat het deel van de beek of sloot dat we eerder maaiden ook echt open blijft, zodat het water goed weg kan. Het kan zijn dat we daarom vaker over een perceel rijden om te maaien.  

Maaien op andere momenten

Om beschermde plant- en diersoorten te beschermen, laten we een deel van de begroeiing staan. Op veel plekken moeten we het maaiwerk ook plannen op andere momenten. Bijvoorbeeld op plekken waar beschermde libellen voorkomen, zoals de Bosbeekjuffer. Daar mogen we niet maaien van mei tot augustus: de vliegtijd van deze beschermde libellensoort. We kunnen daar alleen vóór 1 mei en na 1 augustus maaien. Tijdens het maaiverbod laten we op deze plekken alle begroeiing staan. 

Maaien bij overstorten van het riool

Het maaien bij overstorten van het riool is een uitzondering. Op plekken waar een overstort uitkomt in een beek of sloot blijven we begroeiing wel helemaal weg maaien. Dit doen we om gezondheidsrisico’s voor mens en dier te beperken. We maaien daar juist extra vroeg in het jaar alle begroeiing weg. En herhalen dat verschillende keren om te zorgen dat begroeiing weg blijft. Zo voorkomen we dat beschermde plant- en diersoorten zich op deze plekken vestigen. 

Overgangsperiode 

Ook in het verleden maaiden we ecologisch verantwoord en hielden we rekening met natuurwaarden en beschermde soorten. Elk jaar verbeterden we de maaiplanning met gebiedskennis en maatwerk. Dat blijven we doen. Dit maaiseizoen ervaren we als een overgangsperiode. De nieuwe regels allemaal in de praktijk brengen, vraagt een grote omslag in werken. Dat kost tijd en zal tijdens het maaiseizoen merkbaar zijn. Niet alles lijkt nog logisch uitvoerbaar en soms ontstaan dilemma’s. We zijn druk bezig daar oplossingen voor te vinden. 

Anders maaien en op andere momenten maaien, raakt ook onze inwoners die aan een beek of sloot wonen of werken of grondeigenaar zijn. Daar zijn we ons van bewust. De komende tijd zetten we ons in om de maaiplanning van dit jaar en volgende jaren te verbeteren. Daarbij benutten we de gebiedskennis die we hebben en bekijken we wanneer maatwerk mogelijk is. 

Lees meer informatie op Maaien van beken en sloten