“We willen alles uit het water halen, maar moeten keuzes maken”
De rioolwaterzuivering is allang niet meer alleen een plek waar vuil water wordt schoongemaakt. Het is een knooppunt van maatschappelijke uitdagingen, zegt Stefan Kools van KWR. “Alles wat wij doen, komt uiteindelijk samen in het riool.”
Voor Stefan Kools, onderzoeker en teamleider Chemical Water Quality and Health bij KWR, begint alles met één vraag: wat zit er in ons water? “Wij onderzoeken hoe je zoveel mogelijk stoffen kunt meten,” zegt hij. “Maar ook waar ze vandaan komen, hoe ze zich gedragen en wat hun effect is.”
Dat het om duizenden stoffen gaat, klinkt al snel zorgwekkend. Toch plaatst Kools dat in perspectief. “Ik snap dat mensen schrikken. Maar we bestaan zelf ook uit duizenden stoffen. Het gaat er vooral om: vormt het een risico? Dat vraagt goed onderzoek.”
De rioolwaterzuivering heeft door de jaren heen een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt. “In het begin ging het om leefbaarheid: afvalwater de stad uit,” legt Kools uit. “Later kwam de focus op waterkwaliteit, bijvoorbeeld door problemen met algenbloei.” Dat wierp zijn vruchten af. “Waar je vroeger niet kon zwemmen, kan dat nu vaak wel.”
Maar de uitdaging is veranderd. “We weten inmiddels dat er veel meer stoffen zijn dan alleen stikstof en fosfaat,” zegt hij. “Denk aan geneesmiddelen en pesticiden. Die werken al in heel lage concentraties en zijn lastig te verwijderen.”
Hoewel zuiveringen goed presteren op bestaande normen, is het water nog niet ‘schoon’. “Het is geen drinkwater,” zegt Kools. “En veel moderne stoffen worden niet volledig verwijderd.”
Daarmee komt een ongemakkelijke waarheid naar voren. “Je kunt een rioolwaterzuivering zien als een soort doorgeefluik,” zegt hij. “Niet omdat ze die stoffen maken, maar omdat ze erin komen en er deels weer uitgaan.”
Tegelijk groeit de druk op de sector. “We willen tegenwoordig alles,” zegt Kools. “Schoon water, energieneutrale installaties, grondstoffen terugwinnen, omgaan met klimaatverandering.” Zo kan bijvoorbeeld fosfaat uit afvalwater worden gehaald en hergebruikt. “Maar al die ambities samen maken het complex. We zullen keuzes moeten maken.”
Ook beleid verandert. “In Europa zie je steeds meer het principe ‘de vervuiler betaalt’,” zegt Kools. “Producenten van bijvoorbeeld geneesmiddelen gaan meebetalen aan zuivering.” Dat kan volgens hem helpen om vervuiling bij de bron te verminderen.
Een belangrijk deel van het werk speelt zich af in het opsporen van onbekende stoffen. “We kijken steeds vaker breder, zonder precies te weten wat we zoeken,” zegt Kools. “Met technieken die laten zien of een mengsel effect heeft, ook als je de stof nog niet kent.”
Volgens Kools ligt de sleutel uiteindelijk ook bij onszelf. “Alles wat we gebruiken, komt in het water terecht.” Hij ziet voorzichtig meer bewustwording. “Stoffen zoals PFAS hebben mensen wakker geschud.”
Maar de tijd dringt. “We hebben grote doelen richting 2050,” zegt hij. “Voor je het weet zijn we daar. Dus moeten we nu besluiten wat we echt belangrijk vinden.”
