De inhoud is geladen.

Logo Waterschap De Dommel
Logo Waterschap De Dommel

Maaien van beken en sloten

Door de bodem, oevers en slootkanten te maaien, groeit een beek of sloot niet dicht en kan het water weg. Hiermee voorkomen we wateroverlast en zorgen we dat het water blijft stromen. Stromend water is van belang voor plant en dier: het zorgt voor zuurstof in het water. Naast het maaien van de bodem, oevers en slootkanten, maaien we ook naastgelegen onderhoudspaden om de maaiwerkzaamheden veilig te kunnen uitvoeren.

Wat vragen we van jou?

Waterschap De Dommel stuurt het waterpeil van de belangrijkste beken en sloten (A-watergangen). Dit doen we met stuwen en door te maaien en te baggeren. Zo zorgen we ervoor dat het niet te nat, maar ook niet te droog wordt. 

Woon of werk jij aan het water? Dan verwachten we ook iets van jou. Na het maaien van de belangrijkste beken en sloten (A-watergangen) heb jij als eigenaar van het aangrenzende perceel ook een taak:

  • Tijdens het onderhoud leggen we het maaisel op de oevers. Als eigenaar van het aangrenzende perceel moet je dit maaisel ontvangen en als je wil zelf verwijderen. Dit geldt voor alle beken en sloten in ons gebied.
  • Om efficiënt te werken en schade te beperken, is het belangrijk dat de beken en sloten die wij maaien goed bereikbaar zijn. Wij vragen je om beken en sloten vrij te houden van obstakels. In de waterschapsverordening vind je informatie die op jouw situatie van toepassing is.

Maaiplanning

Op onze maaiplanning zie je waar, wanneer en hoe er gemaaid wordt. Sinds 1 april 2025 werken we volgens de nieuwe gedragscode. Dit betekent dat we bij iedere beek of sloot nog maar één oever maaien. En dat we aan de andere kant begroeiing op de oever of slootkant laten staan. Daarom is de maaiplanning van dit jaar anders dan de maaiplanning van vorige jaren. Dit komt doordat de regels vanuit de gedragscode in de nieuwe maaiplanning zijn verwerkt. Je kunt zoeken op adres of postcode. Als je op een gemarkeerde waterloop klikt, opent een informatievenster.

Bekijk de maaiplanning

We maaien ieder jaar op verschillende plekken in het gebied. Daarbij werken we volgens de gedragscode bestendig beheer en onderhoud. We bekijken per plek zorgvuldig hoe en hoe vaak we het beste kunnen maaien. En wanneer de beste periode is. Dit is afhankelijk van verschillende factoren:

  • De lokale omstandigheden;
  • De risico’s op wateroverlast;
  • De aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten;
  • Het soort begroeiing;
  • De functies van beken en sloten.
Maaiwerkzaamheden in beeld

Gedragscode bestendig beheer en onderhoud

Sinds 1 april 2025 werkt Waterschap De Dommel met de nieuwe gedragscode voor bestendig beheer en onderhoud. Deze gedragscode geldt voor alle waterschappen in Nederland. De Wet Natuurbescherming valt voortaan onder de Omgevingswet. Hierdoor gelden er strengere regels voor het beheer en onderhoud van het watersysteem. 

Gedragscode bestendig beheer en onderhoud

Wat is de gedragscode? 

De gedragscode bestendig beheer en onderhoud geeft waterschappen regels en handvatten voor regelmatig terugkerend beheer en onderhoud. De gedragscode geldt voor allerlei werkzaamheden. Denk aan het maaien van oevers en het baggeren van beken en zandvangers. Maar ook voor onderhoud aan stuwen, gemalen en onderhoudspaden. Het doel: wettelijk beschermde plant- en diersoorten ook echt beschermen. 

Zo geeft de gedragscode bijvoorbeeld regels en handvatten voor omgaan met broedende vogels bij het maaien van beken en sloten. Dankzij de gedragscode hoeven waterschappen niet voor ieder beheer- en onderhoudswerk omgevingsvergunningen aan te vragen bij de provincie. Zo kunnen we maaien tijdens het broedseizoen en toch zorgvuldig omgaan met alle planten en dieren die leven in onze beken en sloten. 

Ecologisch maaibeheer

De nieuwe gedragscode dwingt een meer ecologische manier van werken af: 

  • Altijd voor een deel begroeiing laten staan;
  • Zorgvuldig plannen van onderhoudswerk rond seizoenen;
  • Alles goed vastleggen. 

Zo beschermen we de beschermde plant- en diersoorten tijdens ons werk. En blijven we binnen de kaders van de wet. 

Veelgestelde vragen

Er blijft nu meer begroeiing staan. Heb ik daardoor meer kans op wateroverlast? Waarom maait het waterschap op sommige plekken wel beide kanten? Wat moet ik doen als er schade wordt gereden? Hieronder vind je antwoord op veelgestelde vragen. Staat het antwoord op jouw vraag er niet bij? Neem dan contact met ons op.

Maaiwerkzaamheden in beeld

Maaiplanning

Hoe bepalen we wanneer en hoe vaak we ergens maaien?

Om te bepalen wanneer en hoe vaak we ergens maaien, houden we rekening met allerlei factoren. Denk aan lokale omstandigheden, de risico's op wateroverlast en de aanwezigheid van riooloverstorten. In principe maaien we steeds maar 1 oever of slootkant. Op de andere oever of slootkant laten we begroeiing staan. Eén keer per jaar wisselen we van kant. 

Er zijn redenen dat we een beek of sloot toch vaker of intensiever maaien. Bijvoorbeeld als Grote Waternavel volop aanwezig is. Of als er kans is op wateroverlast. Maar ook op plekken waar het riool op een beek kan lozen na hevige regen. We maaien daar vaker om gezondheidsrisico’s te beperken. Bij riooloverstorten maaien we soms juist extra vroeg en veel.  Zo voorkomen we dat daar beschermde soorten vestigen die later geschaad worden door het maaien. 

Waarom wijken we soms af van de maaiplanning?

Het kan zijn dat we de maaiplanning in de loop van het jaar aanpassen. Bijvoorbeeld als het veel gaat regenen. Door begroeiing in een beek of sloot kan het water niet goed doorstromen. En dat kan zorgen voor wateroverlast. 

Waarom maait het waterschap vaker op dezelfde plek?

Op veel plekken komen we vaker terug om te maaien. Bijna overal maaien we voortaan 2 keer per jaar. Dit komt doordat we nog maar 1 oever of slootkant volledig maaien. Door vaker te maaien zorgen we dat het gemaaide deel van de beek of sloot ook echt open blijft, zodat het water goed weg kan. 

Er blijft nu meer begroeiing staan. Heb ik daardoor meer kans op wateroverlast?

Begroeiing in een beek of sloot kan ervoor zorgen dat het water minder goed weg kan. In droge perioden heeft water zo langer de tijd om in de bodem te zakken en het grondwater aan te vullen. Bij hevige buien is de kans op wateroverlast groter. Op plekken waar de kans op wateroverlast heel groot is, maaien we meer begroeiing dan op andere plekken. 

Hoe lang blijft begroeiing staan?

We wisselen één keer per jaar van kant. Maaien we dit jaar de linkeroever of slootkant, dan doen we dit mogelijk vaker dan vorige jaren. Er zit altijd minimaal 6 weken tussen 2 maaibeurten. Als we nu de linkeroever of slootkant maaien, dan maaien we volgend jaar de rechteroever of slootkant. Begroeiing blijft dus maximaal een jaar staan. 

Waarom maait het waterschap op sommige plekken altijd dezelfde kant?

Het kan zijn dat we op sommige plekken altijd dezelfde oever of slootkant maaien. Bijvoorbeeld op plekken waar sprake is van een natuurvriendelijke oever.

Als het waterschap maar één kant maait, mag ik dan zelf de andere kant maaien?

Nee, dat mag niet. De regels vanuit de nieuwe gedragscode gelden voor iedereen. Op de meeste plekken maaien we na een jaar de andere oever of slootkant. 

Waarom maait het waterschap op sommige plekken wel beide kanten?

Op sommige plekken is het onmogelijk om aan één kant begroeiing te laten staan. Bijvoorbeeld bij hele smalle beken of sloten. Maar ook bij riooloverstorten maaien we beken wel volledig kaal. Dit doen we om gezondheidsrisico’s voor mens en dier zo veel mogelijk te beperken.

Maaien

Wat kan ik buiten zien aan de nieuwe manier van maaien?

In principe maaien we nergens meer in het Dommelgebied beken of sloten helemaal kaal. Ook niet voor de winter. Dit betekent dat we bij alle beken en sloten nog maar 1 oever of slootkant volledig maaien. En dat we aan de andere kant begroeiing op de oever of slootkant laten staan. Eén keer per jaar wisselen we van kant. 

Waarom maaien we nu anders dan vorige jaren?

Door de nieuwe gedragscode ging onze oude maaiplanning helemaal op de schop. Deze planning voldeed niet meer aan de eisen voor soortenbescherming in de nieuwe gedragscode. Onze maaiplanning bestaat uit duizenden kleine stukjes watergang. In heel korte tijd maakten we de maaiplanning zo goed mogelijk opnieuw. Dit deden we met behulp van data en modellen. Door deze automatisering ging maatwerk en input van beheerders op basis van ervaring en gebiedskennis soms verloren. De komende jaren optimaliseren we de nieuwe maaiplanning verder op basis van ervaringen die we nu opdoen.

Wie is verantwoordelijk voor het maaien?

Waterschap De Dommel onderhoudt de belangrijkste beken en sloten (A-watergangen). Ligt een kleinere beek of sloot (een B-watergang of C-watergang) op jouw grond? Dan moet je zelf het onderhoud uitvoeren.

Wanneer ruimen we het maaisel op?

Tijdens het onderhoud leggen we het maaisel op de oevers. Als eigenaar van het aangrenzende perceel moet je dit maaisel ontvangen en als je wil zelf verwijderen. Dit geldt voor alle beken en sloten in ons gebied.

Op sommige plekken ruimen we zelf het maaisel op. Dat doen we als het maaisel vervuild is door een lozing vanuit het riool. En bij ecologische verbindingszones. 

Hoe houden we rekening met flora en fauna?

We toetsen onze maaiplanning aan de gedragscode bestendig beheer en onderhoud. De gedragscode beschrijft het beheer en onderhoud dat past bij een gebied waarin beschermde soorten voorkomen. Het gaat dan om beschermde soorten die vallen onder de Omgevingswet. Als er beschermde plant- en diersoorten voorkomen in een beek, dan houden we daar bij het maaien rekening mee door begroeiing te laten staan. 

Ook houden we rekening met de soorten die niet volgens de wet zijn beschermd. Maar die wel bijdragen aan een hogere biodiversiteit. Denk aan het niet maaien van onze onderhoudspaden langs onze beken en sloten voor andere insecten. Bijvoorbeeld in de winter. 

Mag het waterschap nog met de klepelmaaier maaien?

Nee, dat mag niet. Er zijn wel uitzonderingen. Bijvoorbeeld als het om veiligheidsredenen niet lukt om op een andere manier te maaien. 

Waarom ligt er op sommige plekken meer maaisel langs de kant?

Als we na een jaar voor de eerste keer van oever of slootkant wisselen, maaien we begroeiing weg die er al een jaar staat. Dit zorgt voor grotere hoeveelheden maaisel langs de kant. Daarnaast maaien we niet meer met de klepelmaaier. Hierdoor is maaisel minder versnipperd en dus meer zichtbaar. 

Wat moet ik doen als er schade wordt gereden tijdens het maaionderhoud?

Op sommige plekken komen we vaker terug om te maaien door verplichtingen vanuit de gedragscode. Of in een andere periode dan vorige jaren. Dat kan schade veroorzaken. Bijvoorbeeld omdat er gemaaid moet worden, terwijl er al gewassen op het land staan.  

Wil je schade melden? Dien dan digitaal je schade in of stuur een schadebrief naar ons toe. 

Gedragscode

Voor welke werkzaamheden geldt de gedragscode?

De gedragscode geldt voor allerlei werkzaamheden. Van het maaien en baggeren van beken en sloten tot onderhoud aan dijken en oevers. De gedragscode geldt voor alle regelmatig terugkerende onderhoudswerkzaamheden van het waterschap.

Waarom moeten we werken met de gedragscode?

De gedragscode beschrijft precies hoe we zorgvuldig moeten maaien, baggeren en snoeien. Met als doel om wettelijk beschermde planten en dieren zo min mogelijk te verstoren. Dankzij de gedragscode hoeven we niet voor elk beheer- en onderhoudswerk een vergunning aan te vragen. De gedragscode heeft een wettelijke geldigheidsduur van 5 jaar. 

Moeten anderen (bijvoorbeeld boeren) ook aan de gedragscode voldoen?

De gedragscode is opgesteld voor waterschappen, maar de regels gelden natuurlijk voor iedereen. Iedereen die zelf slootonderhoud uitvoert of met onze werkzaamheden te maken heeft, moet zorgvuldig werken. En daarbij schade aan beschermde plant- en diersoorten voorkomen. Ook in een smalle sloot leven planten en dieren. Daarom is het goed om begroeiing te laten staan, zolang dit de doorstroom van water niet belemmert. 

Tip: haal maaisel uit het water en probeer buiten het broedseizoen te werken. 

Wat is de grootste verandering aan werken volgens de nieuwe gedragscode?

We mogen een beek of sloot, maar ook een dijk of kering niet meer volledig kaal maaien of schonen. Ook niet voor de winter. Bij elke onderhoudsbeurt moet minimaal een deel van de begroeiing blijven staan. Daarnaast wisselen we waar dat kan maar één keer per jaar van oever.  

Dit betekent dat we bij iedere beek of sloot nog maar één oever of slootkant volledig maaien. En dat we aan de andere kant begroeiing op de oever of slootkant laten staan. Net als een deel (ongeveer 25%) van de begroeiing onder water. 

Waarom laten we op sommige plekken nog meer vegetatie staan?

In gebieden waar zeldzame soorten voorkomen, gelden aanvullende regels. Bijvoorbeeld op plekken waar beschermde libellensoorten of amfibieën voorkomen. Daar moeten we 50% in plaats van 25% van de oeverbegroeiing en onderwaterbegroeiing laten staan. Dat is dubbel zoveel als hiervoor. Ook geldt op deze plekken een maaiverbod tijdens de actieve periode van deze soorten, zoals tijdens de vliegtijd van libellen. 

Hoe houden we rekening met beschermde planten en diersoorten?

De gedragscode schrijft voor dat we kwetsbare trajecten bij voorkeur niet maaien tijdens het broedseizoen. Als dit toch moet, is vooronderzoek verplicht. Afhankelijk van de plek moet een ecoloog van het waterschap voorlopen. De ecoloog controleert dan ter plekke of er broedende vogels of andere beschermde soorten aanwezig zijn. Hierop passen we de werkzaamheden aan. 

Hoe brengen we beschermde planten en diersoorten in kaart?

Hiervoor gebruiken we de verspiedingsatlassen en de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Iedereen kan een waarneming doorgeven aan het NDFF. Waarnemingen worden wel gecontroleerd op juistheid. 

Hoe zijn de medewerkers hiervoor opgeleid?

Alle medewerkers van beheer en onderhoud volgden de training Wettelijke Natuurbescherming Bestendig Beheer. Deze training rondden zij af met een examen. Afhankelijk van hun functie ontvingen zij een certificaat “zorgvuldig handelen wettelijke natuurbescherming” niveau 1 of niveau 2. Ook onze aannemers voldoen hieraan. 

Slootonderhoud en schouw

Het waterschap onderhoudt de belangrijkste beken en sloten (A-watergangen). Ligt een B-watergang of C-watergang op jouw grond? Dan moet je zelf het onderhoud uitvoeren. Meer informatie hierover vind je op onze pagina Slootonderhoud en schouw.

Wil je iets melden of vragen?

We zijn bereikbaar van maandag tot en met donderdag van 9:00 tot 17:00 uur en op vrijdag van 9:00 tot 16:00 uur.
Bel naar 0411 618 618 of gebruik het contactformulier. Geef daarbij duidelijk aan dat je melding of vraag gaat over de maaiplanning of gedragscode.